Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ver mogelijk naar voren te plaatsen — twee gebiedende zinnen met een vocatief, die juist in afwijking met Et., niet voorop staat:

Rt. 440 Ghi heren, sprac die coninc doe, enz. Vb. 62.13 Raet mi hier in, gi heren. (Kt. vertoont hier weer een onderbreking na den vocatief). Rt. 789 Renout, nu segt, hoe es sine name?" — Yb. 66.1 „segt Reinout, hoe is sinen name?"

Zoo al niet geheel voorop, beeft Vb. den vocatief toch naar voren gebracht en daardoor den zin onderbroken in.

Rt. 484 „Verloesdi dese heren .iiij., // Gi wert onteert, coninc fiere." Yb. 62.32 „Ic segt u heer coninc, inder waerheit, verloerdi dese vier ridders, gi waert onteert". —

§25. De variatie in den aanspreekvorm is in Et. aanmerkelijk grooter dan in Vb. Dit blijkt het duidelijkst als „coninc Karei" wordt toegesproken. In 8 correspondeerende gevaHen heeft Vb. steeds „heer coninc", terwijl Et. 6 variaties gebruikt: heer coninc, coninc, here, edel here, coninc rike en coninc fiere. In plaats van „Eenout" bevat Et. ook „coene wigant". Enkele variaties ontbreken in Vb. doordat het verouderde uitdrukkingen zijn. De aanspreekvormen van Aymijn en vrou Aye onderling zijn o. a. ook daardoor verschillend, terwijl behalve de neiging tot variatie in Et. ook de opzettelijk „deftiger" vormen in Vb. afwijkingen in den vocatief ten gevolge hebben x).

In Et. spreekt vrou Aye haar gemaal aan met: „grave, lieve minne" en „grave, here," in Vb. met: „edel here". „Deftiger" ook in Vb. is voor: „vrouwe gravinne", „lieve vrouwe" en „soete minne", de vorm: „waerde vrouw", „gheminde vrouwe" en „vercoren man" 2).

Losse zinnen zonder Verbum finitum.

§ 26. In den dialoog komen levendige vraag- en antwoordzinnen voor zonder Verbum finitum. Hiervan vond ik in Et. 6 voorbeelden. Daarentegen vermijdt Vb. dergelijke onvolledige of

i) Terwijl de „aankleeding" van den vocatief in het Vb. vaak „deftiger^ is dan in Rt., doet de aanduiding der personen in Vb. juist „huiselijke aan in zooverre dat het Volksboek vaker den eigennaam geeft dan Rt. Zoo'vinden we: Rt. die gravinne > Vb. vrou Aye, Rt. die rudder coene >

Vb2) RZeoo°verandert Vb. ook: P. 68 „Here, dat si ter goeder tijt" — in: Heer vader, enz.

Sluiten