Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rt. 990 Te Beverepaer sal ic varen, // Alse helpe mi sente Jhan! II Te sorcoersene den valscen man — Vb. 148.35 ic sal varen ende helpen den valscen man. Rt. 609 „Edel here, hets ons bewant // Te sorgen jamtrlike: — Vb. 64.11 Heer coninc, het staet ons te hants tot sorgen,

Conclusies aangaande de zinnen zonder Verbum finitum.

1. De beleefdheids-vocatief wordt, waar deze in Et. ontbreekt, in Vb. steeds aan het begin van de directe rede toegevoegd.

2. De vocatief staat, vooral in Vb., bij voorkeur voorop in het zinsverband; herhaaldelijk wordt in Et. de vocatief gevolgd door een onderbrekenden toegevoegden zin. Vb. laat de epische onderbreking door een vocatief varen.

3. De variatie in den aanspreekvorm is in Et. aanmerkelijk grooter dan in Vb. Het Volksboek heeft een neiging tot „deftige" vormen.

4. Vb. vermijdt in tegenstelling met Et. vTaag- en antwoordzinnen zonder Vf. De levendigheid van den dialoog wordt hierdoor dikwijls verzwakt.

5. In tegenstelling met Et. komen in Vb. herhaaldelijk part. constructies als afgescheiden zinnen voor. Constructies met een part. praes. ontbreken nog geheel in Et.

6. Finale constructies met „om te -j- inf." komen alleen voor in Vb.; in Et. heeft „te" nog finale kracht.

VII.

DE VOEM VAN DEN MEDEDEELENDEN ZIN.

29. Wij komen tot de typeering van den mededeelenden „zin naar den vorm" door de onderlinge schikking van Subject, Verbum finitum en andere zinsdeelen (8., Vf. en A.), terwijl een regelmatig verschil in die schikking ons den formeelen hoofden bijzin doet onderscheiden.

De mededeelende Hoofdzin.

30. Het aantal hoofdzinnen is in den Eenout aanmerkelijk grooter dan in het Volksboek (Et. 381, Vb. 216); het getal der bijzinnen daarentegen is in den Eenout in verhouding kleiner (Et. 198,

Sluiten