Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Afwijkingen van deze regelmaat komen in beide teksten enkele malen voor. Et. 827 Hi geraectene ten scoudren boven, // Dat hem thoeft quam afgevlogen, — Een nadrukkelijke aanwijzing van de plaats, waar Gontier getroffen werd, en waarvan vs. 828 het gevolg is. Et. 354 Yewe vergaderde haestelike II In sijns selves conincrike // .1. groot here, die wigant. De voorzetselbepaling staat hier midden in den zin; misschien veroorzaakte rijmdwang deze afwijking. Et. 320 Adelaert heet die derde mede, — Een zin met zwaren aanloop; het praedicaat staat niet aan het zinseinde, misschien het gevolg van een opzettelijke variatie in de zinswending, vergeleken bij de voorafgaande zinnen. Ook het rijmwoord van den volgenden versregel, een vaste epische formule, kan hier weer van invloed geweest zijn: 318 Mijn oudste broeder heet Eidsaert, // Dander die heet Writsaert, // Adelaert heet die derde mede, // Dits gerechte waerhede! — Vb. 24.20 „Edele grave Aymyn, wy comen tot u als boden gesent van den coninc van Vrancrijc — De voorzetselbep. „tot u" volgt onmiddellijk na Vf., zoodat de volgende zinsdeelen beter kunnen aansluiten bij de toegevoegde zinnen: de ons bi u laet bidden enz. Yb. 62.37 want si hebben in alle dese landen veel edele magen — De nadrukkelijke mededeeling „in alle dese landen" volgt direct na Vf.

Wat de volgorde der objecten onderling betreft, vond ik in Vb. slechts een tweetal zinnen, waarin A. twee nominale objecten bevat, n.1. een acc. object en een dat. object; in beide gevallen staat het dat. object voorop. Vb. 61.30 Aldus dienden si Yewijn getrouwelic bi vier jaren ende Yewijn dede die broeders grote eer. 63.12 gi riet onsen coninc grote scande — In Et. komen hiervan geen voorbeelden voor. Bevat een zin twee pronominale objecten, dan gaat zoowel in Et. als in Vb. het enclitische acc. object of genit. object voorop. Et. 9.» Wi biddens u genadelike; Vb. 61.37 hi badts hem sere 63.16 ick segf u voirwaer, enz.

34. Het aantal zinnen, aanvangend met het subject, met samengesteld praedicaat bedraagt in Et. 57, in Vb. 34, resp. 29 % en 30 %. In deze zinnen is het subject meestal pronominaal (zie Inl. Ferguut, blz. lxxxviii vlg., waar dezelfde voorkeur wordt geconstateerd) *), in tegenstelling met

i) Dr. Gr. S. O verdiep, Ferguut. A. W. Sijthoff, Leiden.

Sluiten