Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(de affectieve functie van dit zinnencomplex gaat gepaard met de oude niet-geïnverteerde woordschikking 1).

Yb. bevat in de indirecte rede behalve de 5 genoemde zinnen met synt. bindenden aanloop slechts 2 andere; n.1. met emphatischen aanloop: 65.23 Ende ter stont dede Reinout dat casteel beginnen—met affect: 63.23 mer coninc Kareis toern ontsach hi sere.

37. Scheiding tusschenS. enV f., die in de zinnen beginnend met S. slechts éénmaal voorkomt in Et. en geen enkele maal in Yb., tenzij door de negatie „en", is ook in de zinnen met aanloop in Yb. zeer zeldzaam; in Et. daarentegen bedraagt het aantal zinnen met scheiding tusschen 8. en Vf. 16, d. w. z. bijna 5 % van alle zinnen met aanloop. P. heeft in verhouding nog meer voorbeelden; op 80 verzen komen daar 6 van deze zinnen voor2). De uitzonderingsgevallen in Vb. zijn: 61.12 Aldus dedese de coninc veel gemacs. 64.3 „Hier heeft gesent coninc Karei van Vrancrijc enen bode met enen brief de inhout enz.

In Et. zijn er van de 16 zinnen 9, waar de scheiding gevormd wordt door een pronominaal object, éénmaal door „er , volgens den ouden regel van het encüticum b.v.: 417 U sentewe Carel die coninc. 683 Des balch hem dAvernaes sere, — Hiertoe behooren ook de reeds genoemde typisch oude zinsvormen zonder inversie: 785 Bi den hare hine greep, 687 In den hals hiwe slouch, — verder: 834 Uten gereide hi hem warp. — Het scheidende pronominale object wordt nog gevolgd door een adverbiale bepaling in: 110 Daarop quam haer sint pine. — Een nominale werkwoordsvorm is het scheidende deel in: 197 „Entrouwen, here, so sijn verloren // Die ede, die gij hebt gezworen, 410 U doet groeten vriendelilce // Karei, die coninc van Vrankrike." — Tenslotte nog een zin zonder inversie, waarin het object door een demonstratief pronomen wordt herhaald, dat echter bijna de functie van een conjunctie krijgt: 297 Thooft dat si vor hem brochten.

2) In P. komen de volgende zinnen met „scheiding van 8. en Vf." voor, waaronder één zin zonder inversie: 24 Bi den voeten hi ne gheprant // Reinoud, dovermoedighe wigant. 10 Het eit se hier so menich man. (De corresp. plaats in Vb. is eveneens een zin met „scheiding": 35.17 ende hier eet doch so menich man.) 34 Mettien cam daer die niemare, 70 Doe recht emop die eidle man. 72 Het halp em deden Aymijn. 74 Ende daertoe diendem nochtan // Harde menich hoghe man. —

Sluiten