Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rt. 262 Ende sliepen toten stonden, // Dat si verbonden hare wonden, II Mallijc anderen met gemoJce. 450 Dat si groten lachter daden, // Den coninc in sire kemenaden, // Daer si slougen jamerlike // Dool den coninc Lodewilce.

Normaal is natuurlijk in beide teksten: scheiding tusschen S. en Yf. In Et. bedraagt het aantal zinnen met scheiding 82 %, in Yb. 91 %. Hiervan behooren in Et. 59 zinnen (= 50 % van alle zinnen met enkelv. praedicaat), in Vb. 85 (80 %) tot het type S. A. Yf.; den vorm S. A. Vf. A. vertoonen in Et. 35 zinnen (30 %), in Vb. 9 zinnen (9 %). Vergeleken bij Vb. is de half-open zinsvorm S. A. Vf. A. in Et. zeer frequent. Terwijl we in Vb. als zinseinde A. vinden: 7 maal een voorz. bep., 1 maal een dat. object en 1 maal een bepaling bij het object, kunnen we in Et. geen voorkeur voor een bepaald zinsdeel aan het zinseinde constateeren. Veelvuldig komen m Et. voor: een voorz. bep., een acc. object, een dat. object en een adverbium. In 6 gevallen vinden we in Et. aan het zinseinde een gesplitst praed. nomen1):

888 Die alle stout sijn ende coene." (evenzoo: 38) 242 Die rikelijc was ende goet. 142 Die hovesch was ende getrouwe, (evenzoo: 106) 47 Die diere was ende goet.

Onderbreking van S. en Vf. door een zin komt noch in Et., noch in Vb. voor, wel een enkele maal in Et. door een bijstelling bij het subject, b.v. 766 So dat Eenout, die lielt nameconde, // Vergaderde in corter stonde // Hem .xv.c bi getalle, — Deze zin is tevens éen van de weinige gevallen, waarin het zinseinde A. meer dan één zinsdeel bevat. Voorbeelden van de zinstypen S. A. Vf. en S. A. Vf. A.:

Rt 157 Ic ben dongevallichste man, // Die ie ziele of lijf gewon — 392 Ende omboot Yewen bi brieve, // Dat hi hem dor simn lieve // Sende die mordadige liede. — Yb. 24.2 datse zyn moye hem heeft gesent, de vrou is in dit lant. 62.2 ende als hi den coninc sach gruete hi hem enz.

Inversie komt in Et. 3 maal, in Vb. 2 maal voor in zinnen ingeleid door „al" en 1 maal in Et. in een vergelijkenden bijzm met het voegwoord „als".

i) vgl. „Woordgebruik" § 7, b.

Sluiten