Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevat hier een gebiedenden zin met als aanloop een geïsoleerd object, een emphatisch-analytischen vorm, in Yb. vervangen door een zin aanvangend met Vf.:

Et. 556 Maer coninc! suldi houden u ere, // So suldi Renout den ionchere II Clarissien uwer dochter geven, // So mogedi vrolike leven // Emmermeer na dese stonde; // Entie roche up die Geronde, II Die geift hem, hi salre saen // .1. vaste burch up doen staen.

Vb. 63.28 heer coninc, wildy behouden u eer, gi sult Reinout u dochter Clarisse geven ende geeft hem dye roetse op die Gronde, dair sal hi doen maken een vasten borch, —

Beide teksten hebben in dit zinsverband geméen: de gevarieerde vorm van aansporing in op elkaar volgende zinnen; eerst een aanmaning, uitgedrukt met behulp van het hulpww. „sullen", dat duidelijk nog gebiedende functie heeft, vervolgens

een imperatief.

51. Behalve het meerendeel der onderbrekende epische formules in Et. ]) zijn de gebiedende zinnen in beide teksten bijna zonder uitzondering verbonden met een vocatief, die onmiddellijk voorafgaat, of volgt wanneer de gebiedende zin aan het begin van de oratio recta staat. Is dit niet het geval, dan staat de vocatief toch aan het begin van de oratio recta. Zelden vinden we een gebiedenden zin, die niet met een vocatiet is verbonden2). Als „die hertoge Sampsoen" heftig geschrokken is door de nederlaag van 's konings kampioen Goutier, lezen we:

Rt 835 „Hebbic ghedaen," sprac de heelt coene, // „Aldat ic sculdech bem te doener // „Ja gi," sprac die hertoge Sampsoen, // »Sit °P> God geve u pardoen!" — Vb. 147.4 Als dat ghedaen was vraechde Ogier of hi voldaen had. Doe seide de hertoge Sampson: „Sit op u paert, dat u God ere!"

Als de broeders, vermoeid van den strijd en hun langen tocht het kasteel van Yewe genaderd zijn, zegt Adelaert, zonder een aanspreekvorm te gebruiken:

Rt. 257 „Wi rusten ons bat, wi sijn moede, — in Vb. een adhortatieve zin: 59.28 „Laet ons rusten want wi sijn moede.

i) Onderbrekingen met een vocatief zijn: Also helpt mi sente helpt mi onse vrouwe!, Also help mi Jesus! (zie het begin der vorige §)

•) Een bijzonder geval zonder vocatief, een „geciteerde imperati vinden we in: Rt. 131 Daer dorste memen seggen: „laet.

Sluiten