Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tenslotte: in Vb. gaat aan de reeks gebiedende zinnen tot den portier (corresp. met Et. 17 vlgg.) geen vocatief vooraf; de beleefdheidsvocatief wordt tegen den knecht blijkbaar overbodig geacht: Yb. 23.34 Dye edel vrou riep de poertier ende seide tot hem: „Ganc haestelic tot geen vier heeren enz. — De abrupte zinsbouw in Et. eischt hier echter wel den vocatief, daar niet afzonderlijk, zooals in Vb., vermeld wordt, dat vrou Aye den portier roept; de vocatief heeft hier dus feitelijk verhalende functie: Et. 17 Si hebben hoge bodscap te doene // Die riddren sterc ende coene. // „Ganc wech," seitsi, „portenare, // Datti God onse here beware! enz.

Slechts éénmaal in beide teksten onderbreekt de vocatief een gebiedenden zin:

Rt. 112 Ende seide: „drinct, neve Itoelant // Desen verscen coelen wijn: — Vb. 25.2 „Drinct neve Itoelant, de edel wijn. —

52. Wat de woordschikking betreft, valt op te merken, dat het meerendeel der gebiedende zinnen aanvangt met het verbum finitum. In Vb. vond ik slechts vier gevallen, waarin de gebiedende zin niet met Vf. begint. Als uitdrukking van affect en onderscheidende emphase fungeert een aanloop in: Vb. 65.10 Heer coninc, danc hebt — en 24.1 den besten gevet minen neve Eoelant. — Een momentaan adverbium bevat: 64.30 Nu raet mi, gi heren (corresp. met Et.). Een onontbeerlijke negatie „en" is het vierde voorbeeld van een aanloop: 63.12 Vrient, en spreket niet meer als een dwaes. — Vb. heeft deze oude woordschikking dus nog in de functie van affect en emphase, overigens wordt ze gemeden.

In Et. is het aantal zinnen met aanloop aanmerkelijk grooter, n.1. 13. Allereerst vinden we deze woordschikking 8 maal in een onderbrekenden gebiedenden zin: 467, 492 dat weit wel, 860 dat weit harde wel, 598 Maer des sijt seker ende vroet, 946 des sijt vroet, 555 Also helpt mi sente Jen! (eveneens met ,,also": 629, 787) — Verder in den reeds eerder geciteerden zin: 561 Entie roche up die Geronde, // Die geift hem, — Driemaal heeft Et. de woordschikking A. Vf.: nu segt (Vb.: segt), nu raet (corresp. met Vb., zie boven), nu hort (ontbrekend in Vb.). Tenslotte correspondeert in Et. met den door „en" ingeleiden zin in Vb.: 693 „Nemmeer sprec als .i. dwaes!"

6

Sluiten