Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In tegenstelling met Vb. komt in Et. dus naast den nadrukkelijken ook de meer formeele aanloop nog voor.

De Wenschende Zin.

§ 53. Het aantal wenschende zinnen bedraagt in Et. 8, in Vb. slechts 3. Bij 4 van de 8 gevallen in Et. ontbreekt een correspondeerende zin in Vb.; dit zijn stereotiep-epische zinsvormen, die in Vb. zijn weggelaten, waardoor tevens het noemen van God en de Heiligen wordt beperkt, n.1.:

Et. 698 Verga alsoot vergangen mach, 702 Also behoude mi God dat leven, 991 Also helpe mi sente Jhan!

Éénmaal wordt in Vb. de wenschende formule vervangen door een gebiedenden zin: Et. 726 „Dat lone u God van parade! Vb. 65.15 Heer coninc, danc hebt. — Vb. heeft een

wenschenden bijzin in plaats van een hoofdzin in Et. 838 „Sit op, God geve u pardoen!» > Vb. 147.6 Sit op u paert, dat u

God ere. , ,

In drie gevallen hebben beide teksten een wenschenden z ,

in het laatst te noemen voorbeeld wijkt de inhoud der zinnen echter af:

Et. 310 Eenout sprac: „dat lone u God!" Yb. 61.4 Eeinout seide: Dat loen u God." — Et. 463 „Dese raet moete verdomet wesen. Vb. 62.23 ,, Vermaledijt si de raet." - Et. 813 „God hi moete mi verdomen, II Of ic gave omme u romen // Die quatse botte, die me wies. 146.30 „Ic en ontsie u dreygen niet: God scende u," seide Ogier „gi en doet dat ghi sculdich sijt van doen ende laet u roemen staen.

In de woordschikking bemerken we in de stereotiepe epische zinnen een sterke voorkeur voor den aanloop: also, so; in de werkelijk „hartgrondige" wenschen vinden we zinnen met subject voorop. Terwijl Et. meestal kernachtiger zinnen bevat in de oratio recta, met meer affect dan in Vb., treffen we hier toch één tegenovergesteld geval aan, een zin met buitengewoon sterk affectieve waarde en uitzonderlijke

i) in het Hs. ontbreekt deze versregel.

Sluiten