Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Et. 1 Was voir .i. veinstre gestaen, // Ende enz. — Vb. 23.25 Soe geboerdet nadat die maeltijt ghedaen was, dat vrou A.ye de scone vrouwe was voir een veynster van der salen gaen staen ende sach in een valleye comen ridende de vier ridders.

helpen.

In Et. komen twee subjectszinnen voor bij een vragenden hoofdzin met „helpen", epische rhetorische vragen, die in Yb. ontbreken: Et. 733 Wat holpe dat iet updecte lanc // Van der brulocht, die daer was, — verder: 893.

behagen.

Eén voorbeeld in Et.; het vage „dat" is in Yb. vervangen door een duidelijk temporaal voegwoord:

Rt. 292 Hem behages harde wale // Dat hi de rudders comen sach // Te sire herbergen up dien dach. — Vb. 60.11 ende a 1 s hi se sach was hi blide.

zeggen.

Een zin met een passief gezegde van het ww. „zeggen" wordt in Vb. gevolgd door een „dat-zin" met subjectsfunctie; Et. heeft hier de directe rede:

Rt. 909 Dat volc antworde gemenelike: // ,,Hi heeft opgegeven zijn rike, enz. — Vb. 148.2 Doe wert die heren geseit dat coninc Yewijn hem ghegeven had in een cloester genoemt Beurepaer . ende en wonde nemmermeer de crone meer dragen (weer een voorb. van samengetr. subjectszinnen in Vb.).

56. Het aantal objectszinnen is natuurlijk grooter dan dat der subjectszinnen: in Et. 28, in Vb. 26 gevallen.

Het regeerend praedicaat is de uiting van een gedachte, gevoel of wil, de werking van den geest of de zintuigen1). Op dezen regel heeft Vb. één uitzondering: 62.10 coninc Karei van Vrancrijc heeft een brief an mi gesent, de inhout dat ie hem senden woude de iv. broeders. — De regeerende zin is weer een „logische" toevoeging van Vb. In plaats van een dergelijken analytischen zinsvorm heeft Et. 436: Hier heift geeist Karei die coene // Om Aymijns kinder van Dordoene.

Behalve in de genoemde uitzondering in Vb. is het subject uiteraard een levend wezen. De regeerende zin gaat steeds

*) vgl. Overdiep. Zeventiende-eeuwsche syntaxis, § 38.

Sluiten