Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Et. 287 die bescouwen // Wilden tors van sconen leden, // Entie rudders diere quamen gereden). — Evenzoo: Vb. 60.13 so toechden si den coninc tlioeft daer die croen op stont (i. pl. v. Rt. 298 Thooft dat si vor hem brochten, // Ende .i. crone daerup gebonden). Vb. 61.26 bi bad altoes victorie, daer hem God ende de iv. rudders toe bulpen. (Rt. 377 Ende Yewe wasser barde blide, // In wat wige si quamen, // Dat si altoos den zegen namen).

2°. „Daer-zinnen" zonder antecedent in den vooraf gaanden hoofdzin bevat Et. 8, Vb. 5. Het zijn meerendeels zinnen met locale of richting-aangevende functie 1):

Rt. 149 Ende liep daer Aymijn stont, (Vb.: tot Aymijn) 154 Sprac hi daer bi stoet (een episcbe formule, die in Vb. ontbreekt) — verder 232 vlg., 396, 446 vlg., 581 vlgg.

Vb. 59.14 Nu en weet ic niet werwert wi tiden mogen dair wi ontbout souden bebben. — Bebalve ricbting-aangevend is deze zin ook finaal, wat o. a. blijkt uit de constructie in Rt.: 217 warewaert // Wi mogen waren omme onthout — verder 25.6, 148.19.

Met finale functie vinden we in Rt. een zin, die in Vb. is weggelaten:

Rt. 528 Dat gi Renout entie broedre sine // Upgavet daer men bem dade pine // Doen ende nemen tleven.

Met temporale functie, die o. a. blijkt door vooropplaatsing van den ,,daer-zin":

Rt. 977 Daer die vrouwe dese tale sprac, // Die trane haer utenogen brac, — (Vb. met dat dese vrouwe dese woerden sprac enz.).

Als gezegde-zin vinden we één voorbeeld in Et., waarbij een correspondeerende zin in Vb. ontbreekt:

Rt. 255 Dats daer wi te ridene achten.

Onbepaald of conditionaal is de toegevoegde „daer-zin" in Vb.:

25.35 Ic soudese scaden daer ic mochte — (Rt. 178 Dien soudic wel gerne slaen).

1) In P- komt een zin voor, ingeleid door „aldaer", in Vb. vervangen door een „daer-zin":

P. 5 „Ic sach wel, aldaer hi sat, // Datti enz. — Vb. 35.17 ic sach selver wel .... de iongelingen, daer si saten —

Sluiten