Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het aantal voorbeelden van de bijzondere functies der „daerzinnen" is te gering om veel conclusies te kunnen trekken. Een uitzondering maakt de temporale functie in Et., die in Yb. blijkbaar verouderd is. Vb. neemt den zin bijna letterüjk over, maar wijzigt „daer" in „met dat".

De Zinnen met „waer".

§ 63. Behalve zinnen met locale en richting-aangevende functie vinden we ook enkele objectszinnen; van de eerstgenoemde komen 5 gevallen voor in Et. en 1 in Vb., van de laatste 1 in Et. en 2 in Vb. Voorbeelden:

Rt. 212 Doe reitsi, waer si wilden (een corresp. zin ontbreekt in Vb.). 373 Castele maken, waer hi wilde. (Vb.: daert hem geliefde) Vb. 65.7 so sal hi mi helpen waer iet te doen heb, (een uitbreiding van .).

Rt. 907 Ende vrageden omme niemare, // Ende waer die coninc Ywe

ware. vb. 148.2 vraechden si waer den coninc Yewijn mochte sijn.

62.2 ende vernam wair die coninc was ('n uitbreiding van Vb.).

Als variatie van een locale voorzetselbepaling vinden we een „waer-zin" in de volgende correspondeerende zinsconstructies:

Rt 670 „So sal men u in corter tijt // Ontsien over de marken wijt, H Waer ment vernemet, seggic u." - Vb. 64.33 „so sal men u ontsien in veel plaetsen woerment verneemt."

Duidelijk wordt de richting-aangevende functie merkbaar door een verzwaring van het voegwoord tot „warewaert (werwert)":

Rt 217 „Nu ne wetic, warewaert // Wi mogen varen omme onthout. — Vb. 59.14 „Nu en weet ic niet werwert wi tiden mogen dair wi onthout

souden hebben."

S 64. Behalve de besproken voegwoordelijke bijzinnen komen nog enkele zinnen voor, ingeleid voor „doe" en „eer", met temporale functie, ingeleid door „gelijc" en „dan" met vergelijkende functie, een so-zin" met vergelijkend-modaal karakter en eenige „hoezinnen" met objectsfunctie; „hoe" heeft dan vragende functie of is antwoord op een vraag.

Sluiten