Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Conclusies aangaande de voegwoordelijke bijzinnen.

1 Procentsgewijze bevatten Et. en Yb. evenveel voegwoordelijke bijzinnen. In beide teksten is het aantal zinnen met

„dat" verreweg bet grootst.

2. We kunnen de volgende soorten van „dat-zinnen onderscheiden: , . ,, . o. de subjectszin: bijna altijd volgend op den hoofdzin.

Gaat de bijzin vooraf, dan vinden we in Vb. een hervatting in den hoofdzin door een pronomen. b de objectszin: in beide teksten frequent voorkomend; het regeerend praedicaat is de uiting van een gedachte, gevoel of wil, de werking van den geest of de zintuigen. De regeerende zin gaat steeds voorop en bevat soms een „aankondigend" pronomen, vooral in Et. c. de dat-zin", verbonden met een woord van den regeerenden zin: vooral met „so" en „also". Vb. toont een neiging tot verzwaring van den voegwoordelijken vorm

(so dat, also dat).

d de „dat-zin" met modale functie: zinnen met finale functie komen in beide teksten voor; consecutieve zinnen zijn zeldzaam in E., in Yb. talrijker. _

3 Het aantal combinaties met het voegwoord „dat is in Vb. erooter dan in Et. In beide teksten komt voor: „als dat , in zinnen met graadaanduidende functie; in Et. constateeren we „so dat", waar Yb. „dat" bevat of den verzwaarden

vorm „also dat". ..

4. Het aantal „als-zinnen" is in Yb. vergeleken byEt. zeer „root Ze vervangen herhaaldelijk den aanloop „doe van een enkelvoudigen hoofdzin in Et. Hun functie is meestal temporaal. Vb. heeft slechts één uitzondermg, Et. 5 (d. w. z. 25 %). Zelden volgt de „als-zin" op den regeerenden zin 5 Het Vf. der „als-zinnen" wordt meestal gebruikt m e ' imperfectum; de zin heeft dan een momentaan of mcoatief aspect. Verder vinden we den omschreven vorm met „hebben of „zijn" in zinnen met perfectische functie. 6. „Of-zinnen" bevat Vb. meer dan Et.; bovendien telt . 2 zinnen met het verzwaarde „gelijc of". De functie er „of-zinnen" is vergelijkend of conditionaal, terwijl oo vooral in Et. — de objectsfunctie voorkomt.

Sluiten