Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Et. 643, 874; Vb. 63.7). Behalve deze adjectieven komen in Et. in 11 zinnen en in Yb. in 6 nog andere woordsoorten dan het substantief als antecedent voor. Zoo vinden we ,,al(le)", in Et. 5 maal en in Yb. 2 maal, verder „niemen (niemant)", resp. 2 en 3 maal, „ander"en „den gonen".

Voorbeelden:

Et. 62 Ende aldatsi vonden daer binnen. — Vb. 24.17 ende al dat binnen der sale was. — Rt. 742 Alle die have willen winnen.

Rt. 65 Maer daer was niemen so coene, // Die dorste seggen willecomen. — Vb. 24.17 Dair en was niemant so stout in de sale die spreken dorst.

Yb. 63.6 gi sult varen als dan der die tegen ooninc Karei strijt maecten — Rt. 399 Dat hi hem sende sekerlike // Dengonen die hem in Vrancrike // Doot slouch sinen sone Lodewike.

Enkele malen komt in Et. een bepaald hoofdtelwoord voor als antecedent, b.v.:

767 Vergaderde hem in corter stonde // Hem .xv.c bi getalle, // Die van ambochte waren alle.

Scheiding tusschen antecedent en relatief pronomen is bij de zinnen met een nominaal antecedent uitzondering. Het aantal gevallen bedraagt in Et. 6 en in Vb. 9. Meestal is een werkwoordelijke vorm het scheidende deel, soms uitgebreid, b.v. door een voorzetselbepaling 1). Voorbeelden:

Rt. 791 „Hijs up .i. roche gestaen, // Die algader es marberijn." Yb. 66.2 „Het is op een roetse gestaen de morben is, — Rt. 166 Ic hadde .i. kint an u gewonnen, // Dat nu ten wapenen ware so goet, Yb. 25.29 dat ic een kint hadde an u gewonnen dat mijn lant na mijn doot besitten mocht.

In Et. vond ik twee voorbeelden van omvangrijke scheiding:

878 Met .xiii.c riddren saen // Salie u volgen, waer gi vaert, // Die alle sijn wel bewaert." — Scheiding èn onderbreking: 358 Daer hi die castele vant — // Si daden hem groten pant — // Die Saforet hadde doen maken.

x) vgl- § 67. 2°.: scheiding van antecedent en relat. pronomen gaat gepaard met een modale functie van den relatieven zin.

Sluiten