Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij een pronominaal antecedent komt scheiding van het relatief pronomen talrijker voor; in beide teksten 4 maal, resp. van 12 en 6 gevallen; o.a. eenige malen door een praedicaatsnomen (eventueel uitgebreid met een ander zinsdeel: niemen «o coene, die. . . (Et.), niemant so stout in die sale die... (Vb.), niemant so edel of hoge geboren die ... (Vb.), Het is a icaer, dat ic . . . (Et). Verder vinden we: Vb. 61.2. ende slougen al doot, dat sire vonden. 24.12 datter niemant en was,

01 Het telwoord „alle" is steeds onmiddellijk met het relatief pronomen verbonden.

8 69. Zinnen zonder antecedent, ingeleid door „die (dat)'" komen in beide teksten zelden voor; in Et. 7 maal, in Vb. maal. Het zijn subjects- of objectszinnen, waarvan de laatste steeds op den regeerenden zin volgen. De subjectszmnen gaan, op één uitzondering in Et. na, aan den hoofdzm vooraf, terwij het relatief pronomen in Et. in den regeerenden zm hervat wordt door een pronominaal subject. Voorbeelden:

Kt. 524 Ende seide: „die desen raet u gaf, // Hine 8av®I_"et °m u ere i caf • — Vb. 63.15 die u desen raet gaf en gaf om u lijf^me een mite.'_ verder Rt. 347 vlg., 53 vlg. met vooropgaanden hoofdzin;

Rt' 817 doet dat gi moget, - Vb. 141.30 gi en doet dat gi sculdtch rijt van doen — verder Rt. 422 vlg.; Vb. 63.13, 148.1/; ten.-lotte een obiectszin. die gevolgd wordt door een appositie, opnieuw een pronominale bijzin met „dat": Rt. 363 Ende slougen doot dat sire vonden, II Dat binden castele was ginder.

Zinnen ingeleid door „wie"; »wat ,>welc •

8 70 Het aantal van deze pronominale zinnen bedraagt in de beide teksten resp. 5 en 11. In Vb. is de frequentie dus aanmerkelijk toegenomen. In tegenstelling met de zmnen, mge door „die (dat)" komt de verbogen vorm van het relativum herhaaldelijk voor, resp. 4 en 3 maal. Correspondeerende „wie (wat)-zinnen" komen in de onderzochte fragmenten niet voor. Éénmaal gaat in beide teksten een pronominale zm aan den hoofdzin vooraf, een objectszin, waarvan het relativum m den hoofdzin door een pronominaal object wordt hervat:

Sluiten