Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI.

ZINSVERBINDING DOOE ENDE, WANT EN MAER.

Coördinatie door middel van „ende".

§ 72. In de meeste gevallen heeft „ende" de z.g. aaneenschakelende functie, hoewel in Rt. nog betrekkelijk vaak de krachtige oude additieve functie merkbaar is. Uit deze laatste is ook de tegenstellende functie te begrijpen, waarvan we in Rt. en Vb. resp.

4 en 2 voorbeelden vinden 1). Bijv.:

Rt. 67 Si bogen neder vele sciere // An Haymijn alle .iiij. // Ende hine was niet in dien, // Dat hi up hem wilde sien —

Een voorbeeld van additieve functie vinden we in:

Rt. 85 Doe wert hi bleec ende vale, // Hine conste spreken gene tale, // Ende dat dede den ruddere goet // Algader sine overmoet.

Bij de bespreking der samengetrokken zinsverbanden, door „ende" verbonden 2), blijkt het aantal gevallen in Rt. en Vb. nagenoeg even groot. De verhouding der gecoördineerde volzinnen is echter geheel anders. In Vb. vond ik n.1. 45 gecoördineerde zinnen, in Rt. slechts 27. Zonder meer kan hieruit niet geconstateerd worden, dat Vb., een grootere voorkeur heeft voor uitdrukking der coördinatie dan Rt., want we moeten eerst onderzoeken in hoeverre de genoemde plaatsen correspondeeren. Hierbij blijkt, dat van de 45 voorbeelden in Vb. er 10 niet in aanmerking komen voor vergelijking, n.1. 5 gevallen, waar 'n correspondeerende zin in Rt. ontbreekt en

5 andere, die wat betreft den inhoud en de volgorde der mededeelingen afwijken. Er blijven dus ter vergelijking over 35

) Afwijkend van niet-verbonden zinnen in P. heeft Vb. een constructie met „ende", dat tegenstellende toegevende functie heeft: Vb. 35.16 ic sach selver wel dat si niet teten en hadden, de iongelingen, daer si saten ende hem en is nye niet gebrocht ende hier eet doch so menich man. (P. 5. Ic sach wel, aldaer hi sat, // Datti lettel dranc of at; // Den coc verdome God van paradise, // Soudi hem onsegghen spise; // Waeromme weder seidise hem dan? // Het eit se hier so menich man).

2) Zie § 79.

Sluiten