Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe wi hieten ende wie onse vader is. — Et. bevat drie gevallen :

907 Ende vrageden omme niemare, // Ende waer die coninc Yewe Ware. — (De objectszin is verbonden met het voorz. vw. „omme niemare.") 515 Wildise den coninc wederseggen, // Ende gise wilt houden jegens hem, // Ic segge n wies ic seker bem, // Dat ghire dan sult winnen an, II Als dede van Lacviden Jan, — (Hier is öf sprake van varieerende coördinatie óf van gevolgaanduidende functie van „ende")1). 939 So dat men hem in corter stonde // Die tonge snede uten monde // Ende utestake bede sijn ogen, // Hi wüt gaerne gedogen; // Ende dat hem Renout, die heelt vercoren, // Of dade sniden bede sijn oren // Ende of dade slaen sinen rechten voet: (Twee samengetrokken verbanden van bijzinnen zijn gecoördineerd door middel van „ende .).

Zinsverbinding door „want".

8 75. In beide teksten heeft „want" nevenschikkend-redengevende functie. Toch bevat Yb. drie zinnen, waarin de mogelijkheid zeker bestaat, dat „want" geen coördineerende maar subordineerende functie heeft. We vinden daar n.1. na „want" de woordschikking S. A. Vf., die overigens in een hoofdzin in Yb. met voorkomt2). In twee van deze gevallen is vergelijking met Et. niet mogelijk, omdat een correspondeerende zin daar ontbreekt:

Yb. 61.28 ende ontsien wert van sinen vianden overmits de vier ridders; want si vroem ende cloec waren. 147.4 ende werp Gontier wten pare, want M seer starc was.

Merkwaardig is vooral het derde voorbeeld, omdat Et. in den correspondeerenden zin ook scheiding van S. en Vf. heeft:

Rt. 468 So menigen dienst si u daden. — Yb. 65.25 ende het wair oec dorperliken gedaen, want si u trouwelic gedient hebben. —

Vergeleken bij de gecoördineerde zinnen met „ende" is het aantal zinnen met „want" in Vb. in verhouding nog grooter; Vb. is hier bij uitstek „redeneerend". In Et. komen slechts 4 gevallen voor, in Vb. daarentegen 26. Van die 4 zinnen in Et. kunnen er 3 niet voor vergelijking dienen, want in het eene

1) Evenzoo: P. 11 Sa! ic mine maghe verdriven, // Ende vremde met mi sullen bliven, // So waric dul ende sot;

2) Zie § 31.

Sluiten