Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geval ontbreekt in Vb. een correspondeerende zin (Et. 648), terwijl de twee andere in Vb. geheel afwijkend bewerkt zijn (Et. 618, 971).

Bij het eenige voorbeeld, waar Vb. een correspondeerenden zin bevat, missen we de redengevende verbinding door „want"; de tweede zin is onafhankelijk van den eersten. In Et. is het inleidende „want" sterk rhetorisch:

Et. 524 „die desen raet u gaf. // Hine gaf niet om u ere .i. caf: // Want io seggu," sprac die heilt fijn: // „Geen coninc mag verrader sijn. ■— Vb. 63.15 Heer coninc, die u desen raet gaf, en gaf seker om u lijf niet een mite; ick segt n voerwaer, geen coninc en mach verrader wesen:

Van de 26 zinnen met „want" in Vb. zijn er 4, die geen corresp. zin in Et. hebben; het zijn verklarende uitbreidingen van het Volksboek. Twee gevallen zijn er, waar Et. het voegwoord „maer" gebruikt, dat beperkende functie heeft:

Rt. 212 Doe reitsi, waer si wilden, // Maer sine hadden niet van haren scilden, //No van helmen niet geheel // Behouden trechte derden deel. Vb. 59.12 ende ontreden theer. want haer scilden waren al stucken enz. — Verder Rt. 536 vlgg. — Vb. 63.20 vlgg.

Op twee uitzonderingen na — eenmaal heeft Et. een afwijkende zinsconstructie, een andere maal 't voegwoord „bedi"

correspondeeren de overige gecoördineerde zinsverbanden in Vb. met niet-verbonden volzinnen in Et. De oude abrupte epische stijl is dus in Vb. verduidelijkt door het gecoördineerde zinsverband met het redengevende „want"; een kenmerkend staaltje van den verklarenden verhaaltrant in Vb. Voorbeelden:

Rt. 257 Wi rusten ons bat, wi sijn moede. Vb. 59.28 „Laet ons rusten want wi sijn moede." — Rt. 851 Ogiere geschach die ere groot: // Ten ersten slage slouch hine doet!" Vb. 147.9 Ogier geschiede grote eer want hy sloech hem ten eersten slage doot."

Een merkwaardig geval bevat Et. 173 vlgg., waar een niet verbonden redengevende zin gescheiden staat van den zin, waar hij op terugslaat. Aymijn spreekt met hevig affect, prachtig weerspiegeld in deze abrupte asyndetische zinnen. In het Volksboek wordt dit geheel bedorven door een constructie met „want":

Sluiten