Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„hoofdzin" bij hetgeen volgt; de voorafgaande zin wordt niet voltooid. Vb. maakt den zin grammatisch logisch door de formule — veranderd in een stereotiepen vorm van het Vb. — voorop te plaatsen:

Rt. 515 "VVildise den coninc wederseggen, // Ende gise wilt houden iegen hem, // Ic segge u wies ic seker bem, // Dat ghire dan sult winnen an, // Als dede van Lacviden Jan, — Vb. mer ic seg u certeyn, wedersegdise den coninc, gi sult varen als dander die tegen coninc Karei strijt maecten ende enz.

De gevallen van parenthesis in Et. komen zoowel in de directe rede als in het verhalend gedeelte voor. Vb. laat de onderbrekingen steeds achterwege. We kunnen ze onderscheiden in onderbrekende volzinnen en uitroepen.

De uitroepen zijn dikwijls stoplappen; herhaaldelijk vinden we dezelfde uitdrukkingen. Bijv.:

Rt. Ic vruchte, bi Oode die mi geboot, 11 Dat si riden in hare doot evenzoo 936, 996, — 221 „Ic weet utermaten wel, // Bi Gode van Nazarene! // Dattie werlt ons es te clene." —

De onderbrekende parenthische volzinnen zijn eveneens, op enkele uitzonderingen na, vaste epische formules1). Bijv.:

Rt. 370 Ende oorlogeden, dat was waer, // .1. lettel min dan .iij. jaer. 163 dats waer, 784 Doe sprac Yewe, sijt des trijs: // „Renout, enz. 946 Dit ontboet Ywe, des sijt vroet! // Dat men hem die herte utesnede,

Bijzonder treffend door de psychologische karakteristiek, de plastiek,

is de onderbreking in 184 vlgg.: Dies es mine herte tongereke, // Dat ic hem crone spannen soude," — // Aldus sprac Aymijn die oude, — Ende mijn gost hem söude bliven,

De onderbreking is een epische figuur, een op het verhaal vooruitloopende mededeeling, die de spanning vergroot, in:

Rt. 109 Ende ginc ten alre besten wine, // Daeroj quam hoer sint pine, II Ende brochtse vul wijns altehant, —

i) Onderbrekingen als „seide hi" e. a. hebben een zwak accent; deze afwijking in accent bepaalt de verbinding met de omgevende zinnen. Zie: Zinsverbinding door modaliteit, accent en toon, § 78, b.

Sluiten