Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbindingswoord, alléén door verschil in toon met een anderen zin zijn verbonden. Een zwak geaccentueerde zin (als: seiti, seitsoe e. d.) kan worden toegevoegd, maar ook tusschengevoegd, een parenthetische vorm dus, die een overgang of nadruk aangeeft. Van deze zinnen vond ik in Vb. slechts één voorbeeld, in Et. echter talrijke gevallen (18); toegevoegde zinnen komen in Vb. niet voor, terwijl Et. hiervan 8 voorbeelden bevat. Voorbeelden:

Yb. 146.30 „God scende u," seide Ogier, „gi en doet dat gi sculdich sijt van doen." Rt. 5 „Den vorsten," seitsi, „hebbic becant." 434 „Gi heren!" sprac Tewe de coninc, // „Wat radet gi tot dese dinc?" 219 Sone doeic ooc," seide Benout. 670 So sal men u in corter tijt // Ontsien over de marken wijt, // Waer ment vernemet, seggic u."

Een hoofdzin naar den vorm is naar zijn functie een modale inleiding bij de mededeeling in den volgenden hoofdzin in een tweetal gevallen van Et.1) Vb. vermijdt deze constructies:

Rt. 156 Bat manie TJ in trouwe // Ic ben dongevallichste man, // Die ie ziele of lijf gewan, 416 Bats waerlike dinc, // U sentene Carel die coninc."

In enkele gevallen in Et. heeft een hoofdzin naar den vorm, die volgt op een zin, waarin een mededeeling, gedachte of ge~v oei wordt uitgedrukt, objectsfunctie. Ook deze constructies worden in Vb. vermeden:

Rt. 12 Ic weet wel, si comen harewaert, 32 Ic duchte, hi salse slaen te doot. — verder 598 vlg., 750 vlgg.

Zoo kan een volgende hoofdzin naar den vorm ook een graadaanduidende, temporale, conditionale of beperkende functie hebben, en wel uitsluitend in Et. Dergelijke zinsverbindingen komen in Vb. niet voor; waar de teksten overigens correspondeeren, vinden we in Vb. op die plaatsen: een hoofdzin gevolgd door een ingeleiden bijzin, hetgeen in overeenstemming is met de historische ontwikkeling van het zinsverband:

Rt. 171 Hi wert so crachtich in corten dagen, // Hi ontcrachtiget minen magen, 198 Die ede, die gij hebt gezworen, // Hets omtrent .xxx11. jaer " 96 Ende segt, of gi Lodewike // Cronen wilt, laet u sijn lief, 496 Sone mogedi dan niet comen, // V ne guamer af grote onvromen.

i) Éénmaal vinden we een dergelijke constructie in P.: 76 Bies so rnoghedi mi ghetrouwen, ij coninghe vesten sine mouwen, (de pronom. zin ontbreekt in Vb.).

Sluiten