Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rt. 977 Daer die vrouwe dese tale sprac, // Die trane haer uten ogen brac, II Ende weende utermaten sere // Voer Renoude, haren here. (Het subject van den tweeden zin is possessieve datief in den eersten zin).

Yb. 59.12 want haer scilden waren al stucken ende haer helmen doerslegen ende waren seer gewont ende Beyert mede (overspannen samentrekking van het subject van den derden zin als pron. personale in den eersten of tweeden zin) 65.2 Dese woerden van Ancel vertorende seer Avernaes ende sloech Anceel met een vuyst in zijn hals (samentrekking van het subject van den laatsten zin, object van den eersten).

De samentrekking kan zich tot één zinsdeel beperken of meer zinsdeelen omvatten. Bijna altijd behoort het subject tot de samengetrokken deelen. Gevallen, waarin het subject niet is samengetrokken, zijn uitzonderingen. Rt. bevat drie zinnen en Yb. één, waarin Vf. is samengetrokken, c.q. uitgebreid met andere deelen dan S:

Rt. 157 Ic ben dongevallichste man, // Die ie ziele of lijf gewan, // Ende gi dongevallichste wijf, (in Vb.: coördinatie zonder samentrekking) 637 Ic sal u dienen al mijn leven, // Ende mine broedre alle gader (Vb. heeft een synthetischer vorm: ic ende myn broeders sullen enz.) 859 Hi verriet u ende niemen el (een corresp. zin ontbreekt

in Vb.)*

Vb 61 8 onse vader Met Aymijn ende mijn oudste broeder Ridsaert, de ander Adelaert, die derde Wridsaert (Rt. heeft hier onverbonden hoofdzinnen: 313 vlgg.).

In alle overige zinsconstructies met samentrekking behoort dus het subject tot de samengetrokken zinsdeelen, grootendeels wordt zelfs uitsluitend het subject samengetrokken; n.1. 21 maal in Rt. en 16 maal in Vb., terwijl samentrekking van subject en verbum finitum in Rt. en Vb. resp. 7 en 8 maal voorkomt. Het aantal zinnen, dat een samengetrokken zinsverband vormt, kan twee of meer bedragen; het meerendeel van deze constructies bestaat echter uit twee zinnen. In Rt. vinden we 19 van deze gevallen, in Vb. 17. Constructies van drie zinnen zijn al veel minder talrijk; resp. 6 en 4 gevallen treffen we in Rt. en Vb. aan. Een zinsverband van vier zinnen komt in Rt. 2 maal en in Vb. 3 maal voor, terwijl tenslotte éénmaal en wel in Rt. een samengetrokken zinsverband van vijf

zinnen voorkomt.

Hier volgen ter illustratie voorbeelden van zinnen, waarm

alleen het subject is samengetrokken:

Sluiten