Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Behalve in een correspondeerend tweetal zinnen behoort — evenals bij de hoofdzinnen — het subject steeds tot de samengetrokken zinsdeelen. Dit uitzonderingsgeval is een zeer sterk samengetrokken zinsverband, terwijl in Et. dit voorbeeld ook hierom opmerkelijk is, dat de eerste zin zelf ook weer een samengetrokken constructie vormt:

Rt. 334 Dattie rudders namecont // In .vu. weken waren gesont, // Ende gekeelt al hare leide // Ende hare goede orse mede. —- Yb. 61.12 Aldus dedese de coninc veel ghemacs dat si in seven weeken genasen van haer wonden • ende Beiaert mede.

Samentrekking van het voegwoord en het subject (in relatieve zinnen alléén het relatief pronomen, tevens subject) komt in Et. 2 maal, in Yb. 10 maal voor. Bijv.:

Rt. 388 Van .i. spiere, die daer quam // Entie heren daer vernam. 130 Dat soene horde no sach. — Vb. 148.11 tegen Roelant, die hem in Beverepaer strengelic belegen had met de xii ghenoten ende had gesworen dat hi enz. — Ook de overige gevallen in Vb. bestaan uit 2 zinnen, waaronder 7 voegwoordelijke bijzinconstructies.

Samentrekking van het voegwoord, het subject en het verbum finitum vinden we in Et. 4 en in Vb. 11 maal. In verhouding is het aantal zinnen met deze sterke samentrekking aanmerkeüjk grooter dan bij de hoofdzinnen. Terwijl daar in verreweg de meeste gevallen alléén het subject werd samengetrokken, is hier het aantal zinnen met samentrekking van S. en dat met sterker samentrekking nagenoeg even groot. De vier voorbeelden in Et. zijn telkens verbanden van twee zinnen, in Vb. 10 van de 11 gevallen. We vinden dus slechts één geval met meer dan twee zinnen: Vb. 64.20 alsoe dat hi mit vreden niet en soude mogen slapen op sijn bedde noch eten of opstaen — (in Et. 632 vlgg.: samengetr. hoofdzinnen). Voorbeelden van twee verbonden zinnen:

Rt. 930 Si hadden gesworen gemenelike, // Dat sine emmer souden vangen // Ende bi sire kelen hangen, Vb. 148.13 dat hi hem vanghen soude ende aen een boem hangen — Rt. 528 Dat gi Renout entie broedre sine // Upgavet daermen hem dade pine // Doen ende nemen tleven, (in Vb. alléén 't voegwoord samengetrokken: 63.17). — Grammatisch schijnbaar onlogisch is de uitbreiding in: Vb. 62.4 de hem den brief sende ende om een antwoirt weder te hebben. — „Ende" is hier nadrukkelijk additief: „en wèl"; dus wel degelijk is „sende" logisch samengetrokken.

Sluiten