Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

principe opgesloten en zoo dit al niet direct tot een nadere regeling betreffende inschrijving en bescherming der collectieve merken in een nationale wet verplicht, dan is deze toch zeker in hooge mate wenschelijk.

Reeds in 1912 *) werd hierop met nadruk gewezen; desondanks zijn inmiddels reeds meer dan 20 jaar verloopen en nóg wordt op een wettelijke regeling der collectieve merken gewacht.

De bedoeling van deze studie is nu het licht te laten vallen op de beteekenis der collectieve merken en op hun rechtspositie hier te lande.

Voor een juist begrip van het collectieve merk is ten aanzien van die punten, waaromtrent het een regeling behoeft, afwijkende van die, welke voor het individueele merk geldt (of moet gelden), ook het individueele merk eenigszins uitvoerig behandeld, terwijl, waar dit noodig en mogelijk was, dan tevens gewezen is op verbeteringen, die in de regeling der individueele merken zouden zijn aan te brengen.

Enkele hoofdstukken van algemeenen aard gaan daaraan vooraf.

Uit een en ander zal blijken, dat aan een algeheele omwerking der Merkenwet groote behoefte bestaat en dat met partieele herzieningen geen afdoende verbetering zal kunnen worden gebracht.

Zou het de Regeering niet mogelijk zijn binnen afzienbaren tijd te komen tot grondige bestudeering en omwerking der merkenrechtelijke bepalingen en een desbetreffend ontwerp van wet voor een geheel nieuwe regeling der merkenbescherming in te dienen, dan is onze conclusie deze, dat in afwachting van een wet, die de geheele materie van het merkenrecht volledig in een nieuwen vorm giet, een speciale wet wordt ingevoerd, die de zoo dringend noodige regeling betreffende de rechtspositie van het collectieve merk brengt, een wet, die dan t.z.t. in de nieuwe merkenwet zou moeten worden ingelascht. Een voorstel daartoe, is, na vergelijking met buitenlandsche bepalingen dienaangaande, in de conclusie opgenomen.

*) Zaayer spreekt in zijn bovenbedoelde brochure wèl van een verzuim van den wetgever en dat was het destijds ook, omdat de Regeering toen nog op het standpunt stond, dat, voordat een verdrag kon worden goedgekeurd, de nationale wet daarmede in overeenstemming moest zijn gebracht (zie blz. 108).

Sluiten