Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken uit woorden, letters of cijfers bestaande, werden tot inschrijving toegelaten, mits deze op regelmatige wijze in het land van oorsprong waren ingeschreven, men liet echter het bovengenoemde verbod ten aanzien van inheemsche woordmerken bestaan. Deze bleven dus van bescherming verstoken, zoodat in het algemeen vreemdelingen in dit opzicht bevoorrecht waren boven eigen onderdanen.

Bij de behandeling van het ontwerp dezer wet in de Kamer werd met nadruk op het zeer ongewenschte en onbillijke hiervan gewezen, doch de Minister was van oordeel, dat elke wijziging, welke niet door een tractaatsbepaling werd vereischt, achterwege moest blijven, en de Kamers legden zich tenslotte bij deze opvatting neer.

September° aanleiding tot de volgende Merkenwetsherziening was 1893,5.146 de Conferentie van Madrid, (14/16 April 1891), waar o.a. de Schikking van Madrid werd vastgesteld betreffende de internationale inschrijving van fabrieks- en handelsmerken (goedgekeurd bij de wet van 12 December 1892, S. 270; bekrachtigd bij K.B. van 25 April 1913, S. 142).

Om onze Merkenwet daarmede in overeenstemming te brengen, zouden opnieuw wijzigingen en aanvullingen noodig zijn geweest. Daar men echter vreesde, dat een en ander de duidelijkheid niet ten goede zou komen, besloot de Regeering tot indiening van een ontwerp voor een geheel nieuwe Merkenwet, om dan tevens de gebleken tekortkomingen der bestaande wet zooveel mogelijk op te heffen. Dit werd de wet van 20 September 1893, S. 146, die ingrijpende veranderingen bracht.

Radicaal werd het constitutieve stelsel (inschrijving schept recht) terzijde gesteld en vervangen door het declaratieve stelsel (eerste gebruik schept recht en de inschrijving levert het vermoeden van eerste gebruik op; vgl. blz. 62 vlg.).

Een der belangrijkste verbeteringen, die deze wet bracht, was de centralisatie van alle merkenregisters naar 's-Gravenhage, waar het bij dezelfde wet ingestelde Bureau voor den Industrieel en Eigendom voor inschrijvingen enz. moest zorgdragen. Het Unieverdrag van 1883 eischte voor elk land

') Volledigheidshalve zij hier vermeld, dat door de Invoering van het Wetboek van Strafrecht, (art. 337 Sw.); de in de Merkenwet voorkomende strafbepalingen vervielen datum van invoering 1 Sept. 1886.

Sluiten