Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een centraal bureau voor internationale inschrijvingen; bij de Koninklijke Besluiten van 1885 en 1890 was aan afdeelingen van het Departement van Justitie de bijzondere dienst voor den Industrieelen Eigendom opgedragen; de nieuwe wet belastte het Bureau voor den Industrieelen Eigendom met alle hiermede in verband staande werkzaamheden.

Hoewel op de Conferentie van Madrid door België een voorstel was ingediend tot bescherming van „marqués régionales, municipales et collectives" — hetwelk echter eerst in 1911 op de Conferentie van Washington tot eenig practisch resultaat leidde (blz. 112) — en hoewel dus vlak voor de indiening van het wetsontwerp, dat geworden is tot de wet van 1893, internationaal de aandacht op deze soort merken gevestigd was, is bij de behandeling van het ontwerp met geen enkel woord over collectieve merken gerept. Hieruit blijkt wel, dat in de practijk de beteekenis dezer merken destijds nog niet bijzonder groot moet zijn geweest.

ftjzlgings-. De wijzigingswet van 1904 was een gevolg van de Coniecembèr^° ferenties van Brussel, van 1897 en 1900 *); het Unie-verdrag, £ems. *84. zooals dit te dezer Conferentie gewijzigd was, werd goedgekeurd bij de wet van 7 Juni 1902, S. 85 en geratificeerd bij K.B. van 30 Augustus 1902, S. 177 2).

Naast aanpassing aan de internationale bepalingen bracht de wet van 1904 aanvulling van gebleken leemten, waarvan o.a. van groot belang was het invoeren van hooger beroep voor merkenprocedures, die bij verzoekschrift bij de Arrondissements-Rechtbank te 's-Gravenhage aanhangig werden gemaakt. Aanvankelijk had men hooger beroep uitgesloten, teneinde eenvoudige behandeling en spoedige afdoening te bevorderen. Van de uitspraken der Haagsche Rechtbank was dus slechts cassatie mogelijk; practisch gebeurde dit alleen in uitzonderingsgevallen, daar deze beslissingen meestal de vraag betroffen, of twee bepaalde merken door te groote overeenstemming tot verwarring bij het publiek aanleiding konden geven, dus quaesties van feitelijken

1) Zittingen i December 1897 en 11 December 1900.

s) Zie M. v. T., Wijzigingswet 1904, Bijl. Hand. 2e Kamer 1902—1903, No. 215, 3.

Sluiten