Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iiVijzigings- De salarissen der beambten, alsmede de kosten van het !5juH 19I9,Bureau> waren in verband met en tengevolge van den oor>. 523 cn log zeer gestegen, zoodat de Minister meende, den prijs emberDe ^er diensten van het Bureau aan particulieren bewezen, <920, s. 849. eveneens te moeten verhoogen, teneinde de vergoeding voor

aeze werKzaamneaen in overeenstemming te brengen met de daaraan verbonden uitgaven. Dit geschiedde bij de wetten van 19x9 en 1920, waardoor de in de artt. 4 en 17 der Merkenwet genoemde bedragen werden herzien.

vet21vanS5S" .Af1, 9' 2 van de Handelsnaamwet van 5 Juli 1921 fuii 1921, wijzigde de Merkenwet, wat betreft de in art. 10 voor-

« O 1 J _ 1_ 1 * 1 1.1 n 1

04*. nomenue Depanng over een merK, dat den naam ot de firma

_ _i i n • it* ■% 1 /> 1 •

van een anaer Devat. amdsdien Denoett degene, die beweert, dat het merk zijn naam of firma bevat, niet meer te stellen, dat hij daarop recht heeft, doch slechts dat het zijn naam of firma is, hetgeen gemakkelijker aannemelijk is te maken.

In 1922 kwam de Merkenwet wederom in de Kamer ter sprake en wel naar aanleiding van een schriftelijke vraag van één der Kamerleden, die erop wees, dat de Merkenwet zeer onvoldoende bescherming verleende en dringend herziening behoefde. De Minister deelde daarop mede, dat een wijzigingswet in bewerking was, die dan ook in 1924 tot stand kwam, doch niet bracht wat men ervan verwacht had.

vèt™vang28 De e.xgenllJke aanleiding tot deze wijzigingswet was de uil 1924, toetreding van Duitschland op 1 December 1922 tot de >• 37»- gewijzigde Schikking van Madrid, tengevolge waarvan het aantal der ter internationale inschrijving aangeboden merken zoo belangrijk toenam, dat de in onze Merkenwet daarvoor geldende termijnen te kort bleken te zijn.

Naast de verlenging van verschillende termijnen (o.a. in

de artt. ^ lid 1. 8 lid 1 en O lid 11 werd een veranHerino-

gebracht in art. 4 lid 1, door schrapping van den eisch, dat bij de inzending een nauwkeurige beschrijving van het merk moest worden gevoegd; thans behoeft slechts een voldoend cliché te worden ingezonden; dit was tevens in overeenstemming met het bepaalde bij art. 2c van het Reglement tot Uitvoering van de Schikking van Madrid.

Van de verwachte algemeene herziening was dus geen sprake, ondanks het feit, dat zoowel de Regeering als de

Sluiten