Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rechtsvordering is geregeld, niet van toepassing zijn1).

Ook in ander opzicht is de hierboven aangehaalde beslissing van belang. Het Hof overwoog, dat, afgezien nog van de vraag of gekleurde strepen in den textielhandel al dan niet als qualiteitsaanduiding te beschouwen zijn, een gekleurde streep of gekleurde strepen op zichzelf te eenvoudig zijn om een behoorlijk onderscheidingsteeken voor de herkomst der bedoelde stoffen op te leveren. Een merk behoort echter — het in deze beslissing behandelde geval thans buiten beschouwing gelaten — nimmer op zichzelf beoordeeld te worden en het criterium „te eenvoudig" 2) is in zijn algemeenheid niet juist (vgl. art. 6 B sub 2° Unieverdrag) ; wordt een merk, waaraan op zichzelf in theorie, omdat het te eenvoudig zou zijn, onderscheidend vermogen zou moeten worden ontzegd, door belanghebbenden als onderscheidingsteeken erkend, welke reden is er dan zulk een merk rechtsbescherming te onthouden? Blijkt een onderscheidingsteeken, als bedoeld in art. 3 Mw., in de practijk — theoretische beschouwingen ten spijt — onderscheidend vermogen te bezitten, welnu, dan is aan de door de wet gestelde voorwaarde voldaan en is er een merk in den zin der wet aanwezig (tenzij het natuurlijk verboden bestanddeelen bevat) 3).

Vorm der Als strijdende met het karakter van merk zijn van merken-

verpakMng. bescherming uitgesloten een speciale vorm van waar of verpakking en de kleur der waar of der verpakking op zichzelf: een merk behoort op de waar te kunnen worden aangebracht en mag daarmede niet worden vereenzelvigd 4). Het

*) Artikel van Gomperts in het Algemeen Handelsblad van 18 October 1931 : „Wanneer heeft een merk onderscheidend vermogen?" (Uit den strijd om het recht); vgl. Hof Arnhem, 17 Juni 1931, N. J. 1931, blz. 1181; vgl. verder over de requestprocedure blz. 75.

*) Vgl. H. R. 23 Maart 1931, N. J. 1931, m.o. E. M. M., blz. 861; in denzelfden zin H. R. 22 Mei 1933,1. E. b. 1933, blz. 85, N. J. 1933, blz. 1763; vgl. ook Hof Arnhem, 17 Juni 1931, N.J. 1931, blz. 1181; Hof 's-Gravenhage, 21 Januari 1931, N.J. 1931, blz. 534; Rb. Rotterdam, 15 November 1929, N. J. 193°) blz. 907: een of meer letters kunnen als merk gebezigd worden, echter niet in den manufacturenhandel; Rb. 's-Gravenhage, 20 Maart 1929, W. 11991; I. E. 1929, blz. 123, besproken in I. E. b. 15 Mei 1933, blz. 49 vgl. I. E. b. 15 Maart 1934 blz. 30 „Doorgezette" merken.

8) In dien zin slot redactioneel artikel I. E. b. 15 Mei 1933, blz. 50.

4) Molengraaff, Leidraad (1930), blz. 104; Pres. Alkmaar 14 November I93I> W. 12413, N.J. 1932, blz. 1061 (merk „viooltjes" voor chocolade-artikelen); Rb. Amsterdam, 23 Maart 1928, N.J. 1928, blz. 1123, W. 11859.

Sluiten