Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bliekrechtelijke wapens, vlaggen e.d. van een hunner1).

Daar onze nationale wet nog niet in overeenstemming is gebracht met deze tractaatsbepaling, hangt het dus slechts af van de opvatting, die men heeft, wat betreft beantwoording der vraag of de tractaatsbepalingen de justiciabelen al dan niet rechtstreeks binden, om te weten of men thans de inschrijving van een merk, dat b.v. het wapen van Engeland bevat, zou weigeren (vgl. blz. 108 noot en 110).

Maar ook al zou door het Bureau voor den Industrieelen Eigendom met art. 6ter rekening worden gehouden en ook al zou deze opvatting zelfs tot in hoogste instantie door den Hoogen Raad worden gesanctionneerd, dan nog is het in elk geval wenschelijk om art. 4 lid 3 overeenkomstig het bepaalde in art. 6ter van het Unieverdrag aan te vullen, omdat het, zij het alleen maar uit een oogpunt van doelmatigheid, toch alleszins aanbeveling verdient, dat uit de wet blijkt, waaraan men zich te houden heeft en men niet genoodzaakt wordt bovendien te onderzoeken of er wellicht tractaatsbepalingen dienaangaande bestaan.

vatting. °yer het algemeen mag beschouwd worden als merk — en dit geldt, zooals vanzelf spreekt, zoowel voor individueele als voor collectieve merken — datgene, wat als onderscheidingsteeken op of aan de artikelen, die men wenscht te merken, kan worden aangebracht.

Wanneer dus een nieuwe merkenwet zal omschrijven, wat onder een merk moet worden verstaan, dan zal in deze omschrijving duidelijk moeten uitkomen, dat b.v. de vorm of een bewerking van waar of verpakking niet als merk in aanmerking kan komen 2).

In de meeste buitenlandsche wetgevingen (Duitschland, Frankrijk, Engeland) worden enuntiatief een aantal onderscheidingsteekenen opgesomd, welke als merk kunnen en mogen worden gebruikt. Het voordeel hiervan is betrekkelijk gering, al is een dergelijke opsomming toch wel van belang, omdat bij de opgesomde onderscheidingsteekenen meeningsverschil over de vraag, of er al dan niet sprake is van een onderscheidingsteeken in den zin der wet, uitgesloten wordt. De opsomming moet echter beslist enun-

*) Zie Bijlage II, blz. 164.

a) De redactie zou zooveel mogelijk aangepast moeten worden aan het bepaalde in art. 6B sub 2° van het Unieverdrag.

Sluiten