Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich uitende o.a. in een vrij beschikkingsrecht; de merkgerechtigde daarentegen kan het voor hem geldende merkrecht slechts vervreemden — althans volgens art. 20 onzer Merkenwet — tesamen met zijn onderneming 1), terwijl hij bovendien moet dulden, dat anderen zijn merk gebruiken voor andere soorten van waren dan waarvoor hijzelf het gebruikt (vgl. hierover ook blz. 84 vlg.).

Uit dit laatste volgt wel, dat ten onzent van eigendom van een merk, zooals men in Frankrijk kent, niet gesproken kan worden, al kan dit immaterieele belang dan ook vergeleken worden met de materieele vermogensobjecten van de onderneming, waarop wel een eigenlijk eigendomsrecht mogelijk is; hierin vindt dan de rangschikking van het merkrecht — hetzelfde geldt voor den handelsnaam — onder de tot den industrieelen eigendom behoorende rechten haar verklaring 2) 3).

1) Vgl. het nieuwe art. öquater Unieverdrag.

2) Drucker, t.a.pl., blz. 6. ,

») Ten onzent bestaat nog geen wet op de bescherming van gebruiksmodellen, teekeningen en modellen van nijverheid. Vgl. een vonnis van de Rechtbank te Amsterdam, n October 1932, N. J. 1934. blz. 495: Weliswaar is Nederland toegetreden tot de Schikking van 's-Gravenhage van 6 November 1925 betreffende het internationale dépöt van teekeningen en modellen van nijverheid, maar daaruit kunnen naar de Nederlandsche wet geen rechten voortvloeien, omdat hier te lande nog geen wet op de bescherming van teekeningen en modellen bestaat.

Sluiten