Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III. FUNCTIES VAN HET MERK.

AFDEELING i.

Functies van het Individueele Merk.

Aanduiding Fabrieks- of handelsmerken 1), die zuiver herkomstaanomster" duidend zijn in dier voege, dat de kooper terstond kan zien, wie het gemerkte artikel vervaardigd of verhandeld heeft — een functie die de merken vroeger en ook nog in de 2 e helft der vorige eeuw, toen in verschillende landen een merkenwet werd ingevoerd, vrijwel uitsluitend vervulden2) — vormen nog slechts een naar verhouding kleine groep van de thans in gebruik zijnde merken. Veelal zijn dit als verkortingen van den handelsnaam gebruikte eigennamen (Verkade, Boldoot, Ringers, Philips).

Deze zuivere fabrieks- of handelsmerken of wel „firmamerken", zooals zij door den Duitschen jurist Jsay s) genoemd worden — een woord dat meer omvat dan het eerste en in zijn ruimere beteekenis juister lijkt —, zijn merken, waarvan een firma er slechts één kan bezitten en waarmede dan alle waren dezer firma worden aangeduid (marqué générale naast marqué spéciale in Frankrijk).

Het behoeft wel geen nader betoog, dat het firmamerk moet staan en vallen met de firma, welker waren het aan-

*) De functie van eigendomsaanduiding, die het merk in de alleroudste tijden wel vervulde (blz. 5), kan als zijnde thans niet meer van eenige practische beteekenis gevoegelijk buiten beschouwing blijven.

2) Pr. Ind. September 1932, blz. 161 „La fonction économique de la marqué", ontleend aan het boek van Elvinger („La marqué, son lancement, sa vente, sa publicité" 1925) waarin het ontstaan van het handelsmerk naast het fabrieksmerk wordt beschreven en de ontwikkeling van beide. Daar het verschil tusschen het fabrieksmerk en het handelsmerk zeer gering is en in de practijk gewoonlijk ook geen onderscheid wordt gemaakt, zijn wij hierop niet verder ingegaan.

3) Jsay, „Die Selbstandigkeit des Rechts an die Marke", 1929, blz. 63.

Sluiten