Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duidt en dat dus ten aanzien van deze merken de vraag of een merk al dan niet onafhankelijk van de onderneming, waarbij het behoort, vervreemdbaar moet kunnen zijn, zonder meer ontkennend moet worden beantwoord; door overdracht van het firmamerk zonder de onderneming zou het firmamerk ophouden op die bepaalde firma te wijzen en het publiek zou ten onrechte in de waan gelaten worden, dat de van dat merk voorziene producten uit de oorspronkelijke onderneming afkomstig waren1). Evenals dit met den handelsnaam het geval is, behoort dus ook het firmamerk onverbrekelijk aan de onderneming verbonden te zijn 2).

De firmamerken zijn ook in andere opzichten nauw verwant aan den handelsnaam en dat zal dan ook wel de reden zijn, dat Bussmann 3) de firmamerken geheel buiten de Warenzeichengesetz wil houden. Zoover behoeft de scheiding o.i. echter niet getrokken te worden. Firmamerken zijn wel degelijk merken en met hun herkomstaanduidende beteekenis zelfs merken in de oorspronkelijke en zuiverste beteekenis van het woord.

Door de krachtige ontwikkeling van het merkwezen is deze oorspronkelijke beteekenis echter eenigszins op den achtergrond geraakt. Het kan niet worden ontkend, dat andere functies thans een belangrijker rol spelen. Onze Merkenwet, ontstaan in een tijd, toen men nog vrijwel uitsluitend firmamerken kende, is daardoor in verschillende opzichten (hoewel vele harer bepalingen wel op andere dan firmamerken toepasselijk zijn), te eng voor de naast de firmamerken voorkomende merken (b.v. art. 20 betreffende overdracht). Maar bij een eenigszins soepele redactie zou het zeer zeker mogelijk zijn de bescherming van al deze merken in één wet te regelen; slechts zouden daar,

*) De quaestie der overdraagbaarheid van het merk al dan niet tesamen met de onderneming, waarbij het behoort, heeft zoowel in binnen- als buitenland heel wat literatuur doen ontstaan. Daar deze overdrachtsquaestie zich echter ten aanzien van het collectieve merk niet voordoet (blz. 126), zoodat dan ook overal, waar maar eenige regeling betreffende de collectieve merken bestaat, de overdracht ervan zonder meer wordt uitgesloten, is, omdat bovendien het bestek van dit werk de behandeling van dit veelomvattende vraagstuk bezwaarlijk zou toelaten, een grondige bespreking daarvan achterwege gelaten.

2) Scherpe critiek op Jsay's beschouwingen door Becher, „Zur Frage der Übertragbarkeit von Warenzeichen" (1929), blz. 18 vlg.

*) Bussmann, „Die Marke in der Reklame" (1929), blz. 11.

Sluiten