Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingevolge art. 20 der Merkenwet slechts plaats hebben mèt de onderneming, tot onderscheiding van welker waren het bestemd is, en deze bepaling zou — het werd hierboven reeds gezegd (blz. 35) — zonder eenigen twijfel voor de firmamerken evenals voor de merken voor diensten zijn te

handhaven1). . ,

Wat de overige merken betreft (met uitzondering van de collectieve merken), hieromtrent bestaat de neiging, mede door het losser worden van den band tusschen onderneming en merk (in vele gevallen is zelfs van een band niets te bespeuren), de overdracht niet meer uitsluitend te binden aan de overdracht der onderneming, waarbij het behoort. Het is vooral Jsay geweest, die in zijn bovenaangehaald werk daarvoor een sterk pleidooi gehouden heeft. Men is het er echter nog geenszins over eens, hoever deze overdrachtsmogelijkheid doorgevoerd moet en mag worden.

k>llectieve aast indiidueele ïerken.

AFDEELING 2.

Functies van het Collectieve Merk.

De functies van het collectieve merk 2) zijn in hoofdzaak tot die van het individueele merk terug te voeren. Een collectief merk dient ofwel om de gemeenschappelijke herkomst van de aldus gemerkte producten aan te duiden, ofwel om te garandeeren, dat een bepaalde eigenschap 01 hoedanigheid aanwezig is, een bepaalde bewerking heelt

plaats gehad, enz. . , ,• ■ u

De functie van warennaam, na individualisatie van net product een der belangrijkste van het individueele merk, is _ dit behoeft wel geen nader betoog — uiteraard by het collectieve merk uitgesloten, terwijl de reclame-functie, zoo deze zich al bij sommige collectieve merken (b.v. bij die van coöperatieve inkoopcentrales) eenigermate voordoet, toch wel steeds sterk secundair blijft. _ . 1 ,

Met de garantiefunctie is het echter juist omgekeerd.

De garantiefunctie is bij het individueele merk slechts bij uitzondering doel (b.v. bij het merk ,Indanthren,

1) Vgl. dienaangaande ook het nieuwe art. öquater Unieverdrag.

2) Vgl. Jungblut u. Gröschler, t.a.pl., blz. 7 vlg.

Sluiten