Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt. Controle op naleving der voorwaarden van deze merken is practisch echter moeilijk door te voeren, omdat daaraan mede in verband met het hiervoor benoodigde personeel, te hooge kosten verbonden zijn; aan de meeste regionale merken kan dan ook geen andere beteekems worden gegeven dan van zuivere aanduiding van herkomst, al kan juist die herkomst — en dit geldt dan speciaal voor bodemproducten (vgl. blz. 112) — voor den kooper op zichzelf al een zekere garantie voor qualiteit opleveren (b.v. bij wijnen).

tïonaie Dezelfde functie als de regionale merken, maar dan arken. *) vQor een uitgestrekter gebied, vervullen gewoonlijk de nationale merken. Naast algemeene nationale herkomstmerken, waarop gewoonlijk geen controle bestaat en die dus niet' zonder meer een garantie zijn voor herkomst (b.v. het Fransche Staatsmerk en de Duitsche Reichsmarke) treit men nationale garantiemerken van herkomst aan, die inderdaad bedoelen te garandeeren, dat het aldus gemerkte product afkomstig is uit het land, waarop het merk wijst (het merk der Vereeniging Nederlandsch Fabrikaat, „Unis France", „Produce of England and Wales"), terwijl als derde groep de nationale contrölemerken genoemd kunnen worden (het Nederlandsche merk voor boter, voor kaas, het Spaansche merk voor vruchten e.a.). Deze laatste merken garandeeren niet alleen herkomst uit een bepaald land, maar waarborgen bovendien, dat het product aan zekere eischen van deugdelijkheid e.d. voldoet.

gemeene Van de algemeene nationale merken valt weinig te zeg£kSe êen- De beteekenis b.v. van het Duitsche Rijksmerk, den keizerlijken adelaar, is zeer gering; het is niet wettelijk geregeld en er is niet de minste controle op het gebruik ervan.

Het Fransche staatsstempel of staatszegel, ingevoerd bij de wet van 26 November 1873 berust op een eenigszins hechtere basis 2), in de eerste plaats doordat het in tegen-

i'j Zaayer, t.a.pl., blz. 7 waarschuwt tegen verwarring van collectieve merken met z.g. officieele merken, die vanwege een publiekrechtelijke corporatie worden ingesteld ten behoeve van degenen, die tot het gebied dezer corporatie behooren. Hij ziet hierin „slechts" herkomstmerken. Inderdaad zullen deze merken wel nooit op de eventueele wettelijke bescherming van collectieve merken in het algemeen (vgl. blz. 114), aanspraak kunnen maken, omdat de voor de bescherming van collectieve merken gewoonlijk vereischte controle op het gebruik bij deze herkomstmerken practisch onmogelijk is. Collectieve merken zijn het echter wel.

2) Pr. Ind. Juni 1925, blz. 119 vlg.

Sluiten