Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nationale Een derde groep van nationale merken vormen de nakeurings- tonale keurings- of contrölemerken, die wel niet alle volmerken°le"komen hetzelfde karakter vertoonen, maar die toch alle dit

nierivcu. " . , , •• i 1 : J t.mo*.

gemeen hebben, dat zij een zeKer overiiciusiuczium waai-

b°ïnC Nederland komen verschillende Rijkscontrölemerken voor, waarvan het Rijksbotermerk en het Rijkskaasmerk het oudst zijn en ook de belangrijkste plaats innemen.

Het Rijksbotermerk berust op de wet van 17 Juni 1905, S. 213 — houdende bepalingen betreffende het merken van boter, afkomstig van aangeslotenen bij een onder Rykstoezicht staand botercontrólestation — en is ingevoerd om een einde te maken aan de al te veel voorkomende botervervalsching, die dreigde de Nederlandsche boter gaandeweg geheel de plaats te doen verliezen, die deze eens op de wereldmarkt had ingenomen1).

Om zijn boter van het Rijkscontrölemerk te kunnen voorzien moet de producent of handelaar aangesloten zijn bij een'onder Rijkstoezicht gesteld botercontrólestation, hetgeen beteekent, dat zijn waar en inrichting overeenkomstig de door de Regeering gestelde voorwaarden aan een geregelde, strenge, geheel afdoende controle zijn onderworpen 2). Wederrechtelijk gebruik door of door toedoen van een aangeslotene is practisch uitgesloten; mocht dit al een enkele maal plaats vinden, dan kan men bij constateering, om herhaling te voorkomen, den aangeslotene desnoods zijn lidmaatschap ontnemen 3). Wederrechtelijk gebruik door een niet-aangeslotene kan op grond van art. 219 or. met

1) M. v. T. Bijl. Hand. 2e Kamer 1904/1905, No. 163.

2) M. v. A. Hand. ie Kamer 1904/1905, blz. 564 vlg.

De misstanden op dit gebied waren wel al eemgszins verminderd door de invoering der Boterwet (9 Juli 1900, S. 263; considerans: voorkoming van bedrog in den boterhandel). Ingevolge art. 1 dezer wet is boter het vetartikel, waarin geen andere vetbestanddeelen voorkomen, dan die, welke van melk afkomstig zijn en waarvan het vetgehalte niet lager mag zijn dan een bij algemeenen maatregel van bestuur vastgestelde grens (art. 2). Op grond van die wet moet bovendien elke op boter gelijkende waar, waarin ook andere vetbestanddeelen voorkomen dan die van melk afkomstig zijn, met het woord margarine (of een anderen naam) worden aangeduid (art. 7). Deze bepaling werd nader uitgewerkt bij de Beschikking van den Minister van Waterstaat,Handel en Nijverheid van 29 J 1 ,q^ N Stc.177. Maar al deze maatregelen bleken met bij machte, om het kwaad der botervervalsching voldoende te keeren. .. , t ...

3) De wet op de Rijksbotermerken van 1905 is nader intgewerk j. Beschikking van den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid van 3 Juli 1905 N Stc 155, betreffende het merken van boter, afkomstig van aangeslotenen

Sluiten