Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar worden gestraft.

Het Rijkskaasmerk is ingevoerd op grond van de wet van 17 Juli 1911, S. 209, houdende bepalingen betreffende het merken van kaas, afkomstig van aangeslotenen bij een kaascontrölestation, hetwelk zich onder Rijkstoezicht heeft gesteld1). Evenals destijds op het gebied der boterproductie werd ook op het gebied der kaasproductie behoefte gevoeld aan krachtige Regeeringsmaatregelen, teneinde de bij den afzet van en den handel in kaas heerschende misstanden te verbeteren en om te voorkomen, dat te eeniger tijd de goede naam van onze kaas en daarmede de loonende afzet, niet het minst naar het buitenland, geheel zouden verdwijnen 2).

Naast de beide genoemde Rijkscontrölemerken kent men in Nederland nog enkele dergelijke merken, ingevoerd op grond van de Landbouwuitvoerwet van 31 Mei 1929, S. 277, houdende voorschriften betreffende het waarborgen van bepaalde eigenschappen of hoedanigheid van uitgevoerde voortbrengselen van het landbouw-, tuinbouw-, veeteelten zuivelbedrijf, zulks opdat — aldus de Memorie van Toelichting 3) — met goed gevolg aan de concurrentie uit andere landen het hoofd kon worden geboden en tevens de uitvoer, zooveel als bereikbaar was, gevrijwaard werd voor knoeierijen.

Van deze merken moge in het bijzonder de aandacht gevestigd worden op het keuringsmerkvandenNederlandschen Algemeenen Keuringsdienst te Wageningen, een privaatrechtelijke instelling, door de Kroon bevoegd verklaard om de door den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel (thans Minister van Economische Zaken) vastgestelde mer-

bij een onder Rijkstoezicht staand botercontrólestation; K.B. 17 Juli 1912, S. 263 met voorschriften voor botercontrólestations om onder Rijkstoezicht te kunnen worden gesteld en betreffende het uitreiken en intrekken van Rijksbotermerken; Beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw van 17 Augustus 1927 N.Stc. 159 met voorschriften voor botercontrólestations; en enkele andere, zie bijlagen Boterwet.

l) Deze wet is bij verschillende Besluiten en Beschikkingen nader uitgewerkt o.a. Beschikking van den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel van 19 Juli 1913 N.Stc. 173 betreffende de vaststelling van een merk voor volvette kaas; id. van 11 Augustus 1920 N.Stc. 156 betreffende de vaststelling van merken voor niet-volvette kaas; id. van 17 April 1930 N.Stc. 76 met voorwaarden voor het onder Rijkstoezicht stellen van kaascontrólestations; en enkele andere.

a) M. v. T. Bijl. Hand. 2e Kamer 1909/1910, No. 315.

*) Bijl. Hand. 2e Kamer 1928/1929, No. 359.

Sluiten