Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit standpunt destijds onjuist was geweest en dat het noodzakelijk was in de wet vast te leggen, dat het verstrijken der termijnen van art. 10 geen invloed had op het merkrecht van dengene, die het merk eerder gebruikt had dan de inschrijver en dat ook nadien voor dien eersten gebruiker de mogelijkheid openbleef de ten name van een ander gestelde inschrijving van zijn merk nietig te doen verklaren.

Door deze wetswijziging werd dus een quaestie, die bij de totstandkoming der wet al veel stof had doen opwaaien en niet definitiefin de wet beslist was, uit de wereld geholpen.

Maar van het tweede rechtsgevolg, dat de Minister destijds aan de inschrijving toekende en dat toen al eenigszins twijfelachtig was, is na de wetswijziging van 1904 in het geheel niets overgebleven (slechts kan men na verloop van de termijnen van art. 10 iets minder gemakkelijk nietigverklaring van een ten onrechte plaats gehad hebbende inschrijving verkrijgen) en het eenige rechtsgevolg der inschrijving ingevolge de bepalingen onzer Merkenwet blijft dan het vermoeden van eerste gebruik.

Als een ander rechtsgevolg der inschrijving, dat nauw hiermede samenhangt, wordt wel eens genoemd het feit, dat de inschrijving als gebruik zou gelden en dat dus tengevolge van de inschrijving gebruik gedurende 3 jaar zou vaststaan (art. 3 lid 1). Zooals hieronder echter nader zal worden uiteengezet (blz. 72) is deze opvatting, hoewel zij in onze jurisprudentie meermalen is gehuldigd (noot 3, blz. 73), niet geheel juist.

Vooronder- In dit declaratieve stelsel, waar de inschrijving op het

zoek1). eigenlijke recht niet den minsten invloed heeft, zou men van het Merkenbureau, dat de inschrijving moet bewerkstelligen, lijdelijkheid verwachten, zooals ook de Griffier der Rechtbank, die vóór 1893 voor de registratie zorgdroeg, lijdelijk was ten aanzien van de innerlijke waarde van het merk; deze schreef eenvoudig het hem ter inschrijving aangeboden merk, als overigens aan de vereischte formaliteiten, enz. was voldaan, in het daarvoor bestemde register in.

*) Geen vooronderzoek vindt plaats in Frankrijk (declaratieve stelsel), wel in Duitschland (constitutieve stelsel), gedeeltelijk in England en wel speciaal voor merken in te schrijven in register A (hiervoor geldt het constitutieve stelsel. Vgl. blz. 127.)

Sluiten