Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daadwer- Het eerste gebruik vestigt bij het declaratieve stelsel het kelijk ge- merkrecht. Of degene, die het merk ter inschrijving inhet^merk zendt, inderdaad eerste gebruiker is, wordt niet onderzocht en kan ook niet onderzocht worden, omdat dit de taak van het Merkenbureau te omvangrijk zou maken en het bovendien ondoenlijk zou zijn dit eenigszins nauwkeurig te onderzoeken1).

Het komt trouwens veelvuldig voor, dat een ter inschrijving ingezonden merk nog niet daadwerkelijk in het verkeer is gebracht, b.v. wanneer men een merk laat inschrijven voor waren van een nieuwe fabriek, die nog niet in bedrijf is 2). Er is echter geen enkel bezwaar tegen, dat het desbetreffende merk wordt ingeschreven, vóórdat de waren, waarvoor het bestemd is, aldus gemerkt in den handel zijn of het merk op andere wijze is gebruikt.

Daadwerkelijk gebruik behoeft dus niet conditio sine qua non te zijn voor inschrijving.

Een andere vraag is, of de inschrijving zelf als gebruik kan worden aangemerkt. In Frankrijk wordt b.v., hoewel

ook daar het eerste gebruik rechtscneppende tactor is ^diz. 29), door de jurisprudentie de inschrijving op zichzelf gelijkgesteld met gebruik, onverschillig of het merk als zoodanig gebruikt is of niet3).

In het algemeen zal men deze vraag echter ontkennend moeten beantwoorden; in een land, waar de inschrijving declaratief is, staat niet zonder meer — d.w.z. niet zonder speciale wetsbepaling — vast, dat deze als gebruik op het oogenblik, waarop zij plaats vond, kan worden beschouwd, omdat daardoor immers aan de inschrijving een zekere constitutieve, rechtscheppende, kracht zou worden toegekend (dit geldt wellicht niet voor Frankrijk, waar de jurisprudentie zich in het algemeen meer dan elders aanpast aan verkeersopvattingen en verkeersbehoeften; daardoor komt

Rb. Amsterdam 4 April 1927 W. 11676 en 28 November 1927 N.J. 1928,

blz. 139. _ . _

Vgl. Polak t.a.pl., blz. 170: Gebruik van een teeken op uithangbord 01 winkelraam zonder dat dit is of wordt aangebracht op waren vestigt geen merkrecht; evenmin gebruik als vignet op briefpapier; Rb. 's-Gravenhage 10 Maart 1925 I.E. 1925, blz. 78; vgl. ook jurisprudentie bij Drucker t.a.pl., blz. 85 en 86.

*) Rb. 's-Gravenhage 30 October 1929, bevestigd door Hof id. 20 Januari 1930 I.E. 1930, blz. 108.

2) Wat het gebruik van collectieve merken betreft vgl. blz. 3 en 106. s) Boettcher t.a.pl., blz. 31.

Sluiten