Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de billijkheid verlangt, dat niet aan dengene, die het eerst bepaalde formaliteiten verricht, het recht op het merk wordt toegekend, maar aan dengene, die het merk het eerst als zoodanig gebruikt1).

Maar dat de uitwerking van het declaratieve stelsel in onze Merkenwet wel het een en ander te wenschen overlaat, behoeft, na hetgeen hieromtrent reeds gezegd is, wel geen nader betoog. Het grootste bezwaar van onze declaratieve inschrijving is, dat zij practisch geen enkel rechtsgevolg — behalve het vermoeden van eerste gebruik — in het leven roept.

Ier hf-en ad 2. Wat moet de inschrijving dan ten gevolge hebben ? chrijving. Vast staat, dat zij in het declaratieve stelsel ten aanzien van het recht zelf geen scheppende kracht heeft. Doel der declaratieve inschrijving is constateeren, doch tevens versterken. De rechtspositie van den rechthebbende op een niet-ingeschreven merk behoort dus niet gelijkwaardig of — zooals thans bij ons het geval is — practisch gelijkwaardig te zijn aan die van den rechthebbende op een ingeschreven merk. De inschrijving moet juist voor den rechthebbende zoodanige voordeelen opleveren, dat practisch ieder, die van een merk gebruik maakt, dit ter inschrijving inzendt, opdat het merkenregister zoo volledig mogelijk zij: immers hoe vollediger het merkenregister, hoe grooter de rechtszekerheid.

Juist is, dat de inschrijving een vermoeden van eerste gebruik, dus een vermoeden van recht, oplevert. De inschrijving moet echter ook (constitutief element ) géiden als gebruik, behoudens bedrog of kwade trouw (vgl. blz. 72 en 73).

In de tweede plaats moet, om het practische verschil tusschen ingeschreven en niet-ingeschreven merken goed tot zijn recht te laten komen, aan den rechthebbende op een nietingeschreven merk onthouden worden de actie tot verklaring van recht en de actie tot verbod van verderen inbreuk, met veroordeeling tot een bepaald bedrag als schadevergoeding bij overtreding van het verbod.

In de derde plaats zou alleen aan het recht op een ingeschreven merk strafsanctie verbonden moeten zijn en niet

*) Boettcher t.a.pl., blz. 87 vlg.; R.M. 1926, blz. 503.

Sluiten