Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwade trouw te allen tijde op verzoek van belanghebbenden nietigverklaring der inschrijving mogelijk moeten blijven.

Wat den duur der periode betreft, deze varieert in de verschillende landen, waar de inschrijving op een dergelijk tusschenstelsel berust, van i tot 7 jaar. Boettcher meent, dat terwille van de rechtszekerheid de eigendom van het merk — bij ons het merk recht — zoo spoedig mogelijk moet komen vast te staan en wil dezen termijn voor Frankrijk brengen op 2 jaar (in het Fransche ontwerp voor een nieuwe wet, betreffende de handels- en fabrieksmerken, is deze termijn op 5 jaar gesteld) x), terwijl hij voorts den werkelijk eersten gebruiker (wanneer later mocht blijken, dat de inschrijver dit niet was) te allen tijde recht op gebruik van het merk wil laten behouden. Dit is noodig in een stelsel, waar nietigverklaring der inschrijving reeds na 2 jaar slechts bij wijze van uitzondering — bij kwade trouw en bedrog — kan geschieden.

Een termijn van 5 jaar lijkt echter — de jure constituendo — practischer en billijker 2). Maar dan is het onnoodig om, wanneer een ander dan de inschrijver werkelijk eerste gebruiker was, deze te allen tijde recht op gebruik van het merk te laten behouden. Zijn er vijf jaar verstreken sinds den datum van inschrijving ten name van dien ander, dan is de werkelijk rechthebbende, behoudens ingeval van kwade trouw of bedrog, zijn recht onherroepelijk kwijt.

joronder- ad 3. In nauw verband met de vraag, welke gevolgen ek" de inschrijving moet hebben (blz. 81), staat de vraag, welke voorwaarden aan de inschrijving van een merk verbonden moeten worden.

De inschrijving in het hiervoren omschreven jus constituendum geeft aan den merkgerechtigde een versterkt recht met bijzondere rechtsmiddelen om dit te handhaven, een recht, dat bovendien na verloop van tijd practisch onaantastbaar wordt. Deze inschrijving dient dus wel op een hechte basis te berusten.

De bestaande wet (blz. 68 vlg.) kent een vrij streng voor-

1) Ingediend 14 Juni 1929, Ch. des Députés, Session 1930, No. 3251.

2) Vgl. art. 6bis lid 2 en 3 Unieverdrag.

Sluiten