Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het behoeft wel geen betoog, dat het niet noodig is het recht op een merk zoodanig uit te breiden, dat de rechthebbende het recht heeft zijn merk te gebruiken met uitsluiting van ieder ander voor welke waren ook x). In vele gevallen zal het den rechthebbende niet hinderen of een ander zijn merk voor een geheel ander soort van waren gebruikt en laat inschrijven. Maar het Merkenbureau behoort de bevoegdheid te hebben inschrijving van een merk te weigeren, wanneer dit geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een merk, hetwelk voor een andere soort van waren reeds een dergelijke vermaardheid bezit, dat gebruik door anderen den eersten rechthebbende nadeel zou berokkenen (b.v. door de soort van waren), te groote belangen op het spel zet, of wanneer bij den tweeden inschrijver of gebruiker klaarblijkelijk de bedoeling voorzit te profiteeren van den goeden naam, die het merk dank zij een ander reeds bezit. In dezelfde gevallen moet de eerste rechthebbende gebruik van het merk kunnen tegengaan (verbodsactie, schadevergoedingsactie), en de rechter op verzoek van belanghebbenden c.q. de nietigverklaring kunnen uitspreken 2) (vlg. blz. 103).

Strijd met De weigeringsgrond, opgesloten in art. 3bis (vgl. blz. 71) art. 3bis. kan 00k met een kleine wijziging in een eventueele nieuwe Merkenwet opgenomen worden.

Volgens Drucker 3) gaat de bepaling van art. 3bis verder dan noodig is, omdat, wanneer een merk door verschillende bedrijven in onderling overleg wordt geëxploiteerd, het gevaar, dat de wetgever heeft willen voorkomen (n.1. dat het belang van het publiek in het gedrang komt) niet aanwezig is. Inderdaad is dit het geval, indien en voor zoover er een juridische band bestaat tusschen deze bedrijven onderling,

x) In Zwitserland wordt het recht op een merk niet beperkt tot de waren waarvoor het bestemd is, maar het strekt zich uit over alle waren, die niet van absoluut anderen aard zijn: Tribunal Fédéral, Lausanne 23 September 1930, Pr. Ind. Februari 1931, blz. 31.

2) De Haagsche Rechtbank heeft inderdaad reeds eenmaal (19 Januari 1932 I.E. 1932, blz. 97) de inschrijving van een merk nietigverklaard (Turmacq voor scheermesjes e.d.) op grond van strijd met de openbare orde en de goede zeden, omdat dit merk nagenoeg geheel overeenstemde met het een zeer goeden klank hebbende en algemeen bekende merk Turmac voor cigaretten en hier, naar het oordeel van de Rechtbank, ten onrechte van deze bekendheid geprofiteerd werd. Het is echter niet boven allen twijfel verheven of de Hooge Raad een dergelijk vonnis zou bevestigen.

3) T.a.pl., blz. 83.

Sluiten