Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ratieve inschrijving het merkrecht gewoonlijk versterkt, door het vervallen van de kracht der inschrijving natuurlijk wel de rechtspositie van het merk verzwakt.

Onder het constitutieve stelsel daarentegen, waarin — althans in principe — buiten de inschrijving geen merkrecht wordt erkend, vervalt het merkrecht vrijwel uitsluitend door het vervallen van de kracht der inschrijving.

oestandin Daar volgens de Merkenwet van 1893 de inschrijving ederiand. practisch zuiVer declaratief is, zou men verwachten, dat de wet in de eerste plaats bepalingen gaf ten aanzien van het vervallen van het merkrecht zelf en pas in de tweede plaats ten aanzien van het vervallen van de kracht der inschrijving. Het tegenovergestelde is echter het geval: het verlies van het merkrecht zelf wordt ternauwernood genoemd, terwijl het vervallen van de kracht der inschrijving in art. 18 nauwkeurig wordt omschreven.

Ook hier blijkt dus weer — evenals zulks bij de behandeling van het in 1893 aanvaarde declaratieve stelsel is geconstateerd (blz. 66) —, dat men zich destijds onvoldoende rekenschap heeft gegeven, van hetgeen het declaratieve stelsel eigenlijk inhield, m.a.w. dat men niet juist heeft aangevoeld, welke verandering de rechtspositie van het merk door de inschrijving moest ondergaan.

:enietgaan De eenige in de wet — en dan nog terloops — genoemde nerkrecbt. grond} waarop het merkrecht zelf vervalt, is non-usus gedurende drie jaar, een grond, die opgesloten ligt in art. 3 lid 1; het uitsluitend recht op een merk komt immers, ingevolge dit artikel, toe aan dengene, die het eerst van dat merk gebruik heeft gemaakt, doch . . . „niet langer dan drie jaren na het laatste gebruik". Voor het merkrecht geldt dus een soort extinctieve verjaring van 3 jaar.

Een anderen grond voor het tenietgaan van het merkrecht noemt de wet nergens; volgens den Hoogen Raad vervalt het recht op een merk dan ook uitsluitend door driejarigen non-usus, blijft het dus b.v. ook bestaan, wanneer het merk zijn onderscheidend vermogen verloren heeft, m.a.w. geen merk meer is in den zin der Merkenwet x).

1) Vgl. blz. 99 en 95, waar nader over non-usus van een merk en het verlies van onderscheidend vermogen bij ingeschreven merken wordt gesproken.

Sluiten