Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grondslag, maar toch was er geen mogelijkheid deze ongedaan te maken x).

In beide gevallen zal, onder de geldende wet, degene, die een merk wenscht te doen inschrijven, dat geheel of in hoofdzaak overeenstemt met dat, hetwelk voor dezelfde soort van waren ten name van een rechthebbende als aldaar bedoeld is ingeschreven, moeten wachten tot de kracht dier inschrijving tengevolge van niet-vernieuwing daarvan na 20 jaar vanzelf vervalt.

Werd — zooals hierboven werd voorgesteld — in de wet vastgelegd, dat aan iederen belanghebbende een vordering tot nietigverklaring van een inschrijving toekomt in geval van non-usus gedurende 5 jaar, dan zou dit ook voor deze gevallen verbetering brengen, al zou daarbij uitdrukkelijk moeten worden vastgesteld, dat de rechter, wanneer het niet- of niet meer bestaan van den inschrijver vaststaat, de nietigverklaring ook kan uitspreken, zonder dat deze gehoord of opgeroepen is (art. 12 lid 3).

SAMEN- Evenals de regeling van het ontstaan van het merkrecht VATTING. zai Je regeling van het tenietgaan ervan, alsmede die van het verval van de kracht der inschrijving, in een nieuwe wet grondig moeten worden herzien.

Bij het hierboven voorgestelde declaratieve stelsel, dat na verloop van een bepaalden tijd feitelijk in het constitutieve overgaat, zullen er slechts weinig merken in omloop blijven, die niet in het merkenregister zijn ingeschreven, omdat de rechthebbende er dan door de belangrijke rechtsgevolgen, die aan de inschrijving verbonden zijn, te veel belang bij heeft, dat zijn merk ingeschreven is.

In principe ontstaat het merkrecht echter door eerste gebruik, dus buiten inschrijving om, zoodat in de eerste plaats het te niet gaan van het merkrecht als zoodanig geregeld moet worden. Hiervoor komen de volgende gevallen in aanmerking:

1. bij verlies van onderscheidend vermogen (bij niet-ingeschreven merken);

2. bij non-usus gedurende vijfjaar (bij niet-ingeschreven merken);

l) Hof 's-Gravenhage 12 Juni 1929 W. 12097, N.J. 1930, blz. 119; vgl. ook Rb. 's-Gravenhage 10 Maart 1925 I.E. 1925» klz. 77 > Hof 's-Hertogenbosch 26 October 1926 W. 11691.

Sluiten