Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, wanneer dit geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een merk, dat reeds ten name van een ander, voor een andere soort van waren, ingeschreven is, doch alleen, wanneer de eerstgenoemde inschrijving is geschied ten name van iemand, die klaarblijkelijk heeft willen profiteeren van den goeden klank van het desbetreffende merk ofwel indien de soort van waren, waarop die inschrijving betrekking heeft, van dien aard is, dat uit het gebruik daarvoor van het merk voor den ander schade voortvloeit of te duchten is.

Hoewel een dergelijke bepaling natuurlijk wel rechtstreeks verband houdt met het merkrecht, wordt hierdoor toch feitelijk een deel van het recht betreffende de oneerlijke concurrentie, dat niet direct in de Merkenwet thuisbehoort, in deze wet ondergebracht. Immers het hier toegekende recht om de nietigverklaring van een inschrijving als bovenbedoeld te kunnen doen bewerkstelligen, gaat eenigszins in de richting van erkenning van een zelfstandig merkrecht, geldende voor welke waren ook. Onze Merkenwet kent echter geen zelfstandig merkrecht en zal dit ook nooit erkennen, omdat de practijk aan een zoo ruim merkrecht geen behoefte heeft; en aangezien ieder recht, dat aan bepaalde personen wordt toegekend, onvermijdelijk een beperking van de rechten van anderen beteekent, is het nooit goed te praten een uitgebreider recht toe te kennen dan dat, waaraan in de practijk in het algemeen behoefte wordt gevoeld.

Neemt derhalve iemand b.v. een algemeen bekend merk, ingeschreven ten name van een ander, als het zijne aan, voor een geheel andere soort van waren, dan is bescherming van de belangen van dengene, wiens algemeen bekend merk het betreft, niet daarom geboden, omdat deze handeling als inbreuk op diens merkrecht zou zijn te beschouwen, maar omdat hier, algemeener, sprake is van een in het handelsverkeer niet te dulden handelwijze (blz. 85).

De desbetreffende, als art. 10 lid 2 in de Merkenwet in te lasschen bepaling, past echter zoo volkomen in dit artikel, dat bescherming tegen dergelijke handelingen in de Merkenwet wel gerechtvaardigd mag worden geacht, temeer omdat het hier slechts uitzonderingsgevallen betreft en de voorwaarden voor deze ruimere bescherming nauwkeurig zijn vastgelegd.

Sluiten