Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het ware dan ook te wenschen, dat een rechterlijke uitspraak over het rechtsgeldig bestaan van een recht op een collectief merk eens werd uitgelokt, zij het slechts terwille van het principe; het zou degenen, die bij erkenning en bescherming van collectieve merken belang hebben, op het wankele van hun merkenrechtelijke positie wijzen en ongetwijfeld een sterkere actie tot wijziging en verbetering der Merkenwet in dit opzicht ten gevolge hebben dan thans wordt gevoerd 1).

Of de rechter in verband met de bepaling van art. 7bis Unieverdrag wellicht toch een recht op een collectief merk zou erkennen, valt niet met zekerheid te zeggen. Door art. 7bis zijn de bij het Unieverdrag aangesloten landen verplicht „a admettre au dépot et a protéger" de merken, die aan — in negatieven zin nader omschreven — gemeenschappen toebehooren.

Tot het dépot worden collectieve merken in Nederland inderdaad toegelaten. Voor internationaal ingeschreven collectieve merken is bovendien wel aan te nemen, dat zij op grond van de tractaatsbepaling ook beschermd worden.

Maar de inheemsche collectieve merken?

Zelfs al neemt men aan, dat ook voor deze collectieve merken rechten kunnen worden ontleend aan art. 7bis 2), dan bestaat toch nog slechts de verplichting van Nederland om de aldaar bedoelde merken te erkennen en te beschermen; een verplichting, met het oog waarop een nadere nationale regeling ter uitwerking daarvan onontbeerlijk is3).

Volledigheidshalve zij er hierbij op gewezen, dat, ook al zouden nationalen rechten kunnen ontleenen aan een tractaatsbepaling, toch in elk geval van erkenning en bescherming op dien grond verstoken zouden blijven de niet aan

Vgl. b.v. O. & M. i Augustus 1932, blz. 146.

2) Volgens de opvatting van den Hoogen Raad neergelegd in zijn arrest van 25 Mei 1906 W. 8383 prevaleert een jongere tractaatsbepaling boven een oudere wetsbepaling; zoo ook o.a. H.R. 6 November 1919 W. 10502; anders E.M.M. in onderschrift; vgl. van Hettinga Tromp (Tractaat en Nationale wet R.M. 1928, blz. 431 vlg.), blz. 108 noot 1; men bedenke ook, dat het zeer de vraag is, of de justiciabelen zich tegenover den rechter zouden kunnen beroepen op een verplichting, die de Regeering bij een verdrag op zich heeft genomen.

8) I. E. 15 April 1933, blz. 38. Toepassing van het Unieverdrag tusschen Nederlanders: Het recht om collectieve merken te doen inschrijven moet men rechtstreeks steunen op art, 7bis van het Unieverdrag van Parijs; vgl. Polak t.a.pl. blz. 184; zie ook blz. 3.

Sluiten