Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk, wanneer het algemeene belang ermede gediend was en slechts ten name van corporaties1).

België diende een tegenvoorstel in, eveneens in den vorm van een afzonderlijke schikking, dat in vele opzichten van haar voorstel te Madrid verschilde en waarvan het eerste artikel luidde:

„Les marqués collectives adoptées pour 1'usage de leurs membres par des unions corporatives ou syndicales d'agriculteurs ou commer9ants ayant leur siège dans 1'un des Etats contractants seront protégées au même titre que les marqués individuelies dans tous les autres pays qui auront adherés au présent arrangement & condition que la protection legale leur soit acquise dans le pays d'origine et que les collectivités qui en ont la jouissance constituent des individualités juridiques.

La protection internationale assurée dans ces conditions aux marqués collectives déposées dans les divers Etats contractants ne pourra etre revendiquée en faveur des marqués qui seraient adoptées par des administrations publiques pour 1'usage de leurs membres" 2).

In afwijking van het voorstel te Madrid verlangde men, dat de collectiviteit, die over een collectief merk beschikte, rechtspersoonlijkheid bezat. Als motief hiervoor gold, dat men om op den eigendom van een collectief merk aanspraak te kunnen maken, in de eerste plaats een rechtsgeldig bestaan moet hebben op het oogenblik der inschrijving, en een collectiviteit zonder rechtspersoonlijkheid bestaat als zoodanig niet in de oogen der wet.

De bepaling, dat publiekrechtelijke lichamen niet rechthebbende op een collectief merk konden zijn, achtte België onvermijdelijk, omdat ófwel alle inwoners van stad, provincie, enz. het merk vrij zouden mogen gebruiken, in welk geval controle onmogelijk , misbruik niet te voorkomen en de waarborg voor herkomst practisch nihil was, ofwel de overheid het gebruik zou controleeren en dan zouden zich de vele bezwaren voordoen, die nu eenmaal verbonden zijn aan het ingrijpen van de overheid in het domein der particuliere industrieën 3).

!) Het Berner Bureau had de staten, die bescherming der collectieve merken wenschten een afzonderlijke schikking willen doen sluiten en dus een nieuwe Union restreinte in het leven willen roepen, omdat de onderling zoozeer verschillende opvattingen op dit gebied, waarvan te Madrid gebleken was, geen unanieme aanvaarding van het voorstel, noodig voor opname in de Conventie zelf, konden doen verwachten. (Deze unanimiteit is nergens voorgeschreven, maar tot nog toe steeds aanvaard, al heeft men op de in Mei 1934, te Londen gehouden conferentie wel overwogen deze unanimiteit te vervangen door een gequalificeerde meerderheid; een beslissing dienaangaande werd echter niet genomen; vgl. van Loon Ec. Stat. Ber. 18 Juli 1934» klz. .

2) De artt. 2 en 3 handelen over de internationale inschrijving, over ratificatie en duur der schikking.

3) Actes de Bruxelles blz. 91 en 92.

Sluiten