Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rechthebbenden op het collectieve merk.

Inschrijving en Overheids' controle.

het feit, dat in Frankrijk al vroeg een bepaalde groep collectieve merken door een speciale wet erkend en beschermd werd (wet van 21 Maart 1884 op de „Syndicats Professionnels", gewijzigd 12 Maart 1920) en gedeeltelijk aan het feit, dat, dank zij een wettelijke regeling der merken, die aan den rechter in hooge mate de vrije hand laat, door de jurisprudentie ook andere collectieve merken dan de met name in de wet van 1884 genoemde, als rechtsgeldig erkend en als gewone merken beschermd worden1).

Hoewel de collectieve merken in Frankrijk dus wel eemge bescherming genieten, kan van een bepaalde regeling toch niet gesproken worden. Een dergelijke regeling komt wel voor in het bovenbedoelde wetsontwerp.

In dit ontwerp is het declaratieve stelsel als grondslag genomen; de declaratieve inschrijving wordt echter na 5 iaar practisch onaantastbaar. Men heeft hier dus hetzelfde stelsel, dat hierboven ook voor Nederland werd voorgesteld.

Volgens dit ontwerp zijn tot het voeren van een collectief merk bevoegd:

1. publiekrechtelijke lichamen;

2 privaatrechtelijke vereenigingen of zedelijke lichamen, die een wettelijk bestaansrecht hebben en rechtspersoonlijkheid bezitten (art. 24).

Deze bepaling vertoont overeenkomst met de analoge bepaling in het „Warenzeichengesetz" (blz. 125), maar is

Voorts bevat het ontwerp de bepaling, dat bij het verzoek tot inschrijving nauwkeurige aanwijzingen moeten worden gegeven o.m. betreffende de wijze, waarop de collectiviteit zich voorstelt het merk te gebruiken of gebruik aan haar leden

toe te staan; voorts betreffende de controle, die in het laatste

geval uitgeoefend zal worden, en betreffende de maatregelen

ter voorkoming en opheffing van inbreuk of misbruik (art. 2b). Practisch komt dit op hetzelfde neer als de Duitsche regeling met dit verschil, dat in Duitschland een en ander in de statuten moet zijn geregeld, terwijl in Frankrijk deze gegevens moeten zijn vervat in een reglement, dat bij net verzoek om inschrijving moet worden overgelegd.

i) Vel ook Doe. Pari. Ch. d. Dép. Session 1924, Exposé des Motifs blz 1258 (wetsontwerp 1924, waarvan het wetsontwerp 1929 maar weinig afwijkt).

Sluiten