Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het ontwerp kent voorts het uitsluitend recht op het collectieve merk toe aan de collectiviteit en het is de collectiviteit, die, met uitsluiting van de leden-gebruikers, tot handhaving van haar recht op het collectieve merk kan optreden (art. 29). Daarnaast kan het lid, dat door dien inbreuk schade meent te hebben geleden, bij een dergelijke actie intervenieeren, terwijl ook de collectiviteit behalve vergoeding van schade door haarzelf geleden wegens onbevoegd gebruik, vergoeding van schade kan vorderen ten behoeve van één of meer harer leden.

Onder de wet van 1857 is dit heel anders geregeld. De Fransche rechter kent — hetgeen een belangrijk verschil is met den heerschenden toestand in Duitschland en Engeland — aan den gebruiker van het collectieve merk, met voorbijgaan van den rechthebbende zelf, het recht toe bij inbreuk in rechte tegen den schuldige op te treden. Verklaarbaar is dit wel. De eenige wettelijke grondslag van de bescherming der collectieve merken is gelegen in de bovengenoemde wet van 1884 en de daarin bedoelde vereenigingen voor vakbelangen worden uitsluitend ten behoeve van de leden in het leven geroepen. Meer dan de collectiviteit zelf hebben de leden er een direct belang bij, dat het merk, hetwelk zij als lid dier vereeniging mogen voeren, niet door anderen, niet-leden der vereeniging, wordt misbruikt.

Juridisch is deze figuur sterk af te keuren. Terecht brengt het ontwerp 1929 hierin dan ook een belangrijke wijziging.

In tegenstelling met het gewone fabrieks- en handelsmerk, dat op zichzelf zonder meer overdraagbaar is, is het collectieve merk in het Fransche ontwerp niet voor overdracht vatbaar (art. 27). Gezien de mogelijkheid van vrije overdracht van het individueele merk, komt bij de daarnaast in te voeren onoverdraagbaarheid van het collectieve merk wel heel sterk het verschil, dat men tusschen beide groepen merken aanwezig acht, naar voren. In Frankrijk komt dit nog meer tot uiting dan in Duitschland, omdat in Duitschland het individueele merk slechts met de onderneming, tot onderscheiding van welker waren het bestemd is, overgedragen kan worden en men dus vanzelf tot de conclusie moet komen, dat het „Verband", hetwelk een dergelijke onderneming niet bezit, het „Verbandszeichen" niet aan een ander mag overdragen.

Sluiten