Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Teniet Ingevolge art. 28 van het ontwerp kan de nietigverklaring

gaan. van de inschrijving van een collectief merk op verzoek van het Openbaar Ministerie dan wel op verzoek van iederen belanghebbende op de volgende gronden uitgesproken worden:

1. als de collectiviteit ophoudt te bestaan;

2. wanneer deze zich niet houdt aan de speciale wetsvoorschriften, waaraan het collectieve merk is onderworpen;

3. wanneer de collectiviteit zich niet houdt aan het bij de inschrijving overgelegde reglement.

BELGIE. Daar de Belgische Delegatie op de Conferentie te Madrid Basis der in l8gi (zje blz. ii 2) de speciale aandacht der andere lan^héSTg". den op het belang van deze materie vestigde, zou men in België in de eerste plaats een goed geregelde bescherming van het collectieve merk verwachten. Toch kent men als collectieve merken slechts de merken der beroepsvereenigingen (Unions Professionnelles), d.w.z. vereenigingen, opgericht uitsluitend ten behoeve van vakbelangen, welker bescherming geregeld is in de wet van 31 Maart 1898. Art. 2 dezer wet omschrijft de beroepsvereeniging aldus:

„een vereeniging uitsluitend gevormd voor het bestudeeren, het beschermen en het uitbreiden der beroepsbelangen onder personen die, in nijverheid, handel, landbouw of vrije beroepen met winstgevend doel, hetzij hetzelfde beroep 01 gelijkaardige beroepen uitoefenen, hetzij hetzelfde ambacht of ambachten, die bijdragen tot het vervaardigen van dezelfde voortbrengselen."

Andere dan déze collectieve merken zijn in België nog niet erkend, hoewel meermalen op een aanvullingswet dienaangaande bij de Belgische Regeering is aangedrongen *) • . ,

Aan dezen drang is door de Regeermg in zooverre gehoor gegeven, dat zij op 15 Maart 1932 aan de Kamer der Volksvertegenwoordigers heeft ingediend een Wetsontwerp op de Gemeenschappelijke Merken 2), waarover in de zitting van 3 Mei 1933 (No. 131) verslag is uitgebracht door de „Middenafdeeling" 3).

i) pr. ind. Juni 1925, blz. 119. De bescherming der gewone fabneks- en handelswerken berust in België op de wet van 1 April 1879.

3) Pr. Ind. Mei 1932, blz. 85; volgens mededeeling van bevoegde zijde schijnt verdere behandeling voorloopig nog niet te verwachten te zijn.

Sluiten