Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te handelen, zich bij de gemeenschappelijke rechtsvordering te voegen of in haar geding tusschen te komen.

O.i. is de regeling, zooals men die voor België heeft ontworpen, niet voldoende; de wet kent nl. slechts de mogelijkheid om in statuten of reglement aan den gebruiker bepaalde rechten te geven; diens belangen worden daardoor niet afdoende behartigd. Immers de gebruiker moet niet voor het verkrijgen van schadevergoeding bij inbreuk op het merk geheel afhankelijk zijn van den rechthebbende, d.w.z. van zijn principaal. Om willekeur te voorkomen zal de wet zelf, als dwingend recht, den gebruiker het recht moeten geven om persoonlijk te handelen alsmede om zich te voegen of tusschen te komen in de rechtszaak tusschen den rechthebbende en den derde.

In statuten of reglement kunnen hem dan desgewenscht meerdere rechten worden toegekend, mits natuurlijk de rechthebbende blijft zorgdragen voor een behoorlijke controle op het gebruik.

Overdracht van het collectieve merk moet uitgesloten zijn: zoowel in de Duitsche wet als in het Fransche en het Belgische ontwerp is uitdrukkelijk bepaald, dat het collectieve merk niet voor overdracht vatbaar is, terwijl in Engeland de overdracht afhankelijk is van de goedkeuring van den „Board of Trade". De bijzondere garantiefunctie van het collectieve merk en de bijzondere voorwaarden aan de inschrijving verbonden (overlegging van statuten of reglement) verzetten zich ten eenenmale tegen de mogelijkheid van overdracht van het merk aan een derde.

In de besproken regelingen (Duitschland, Frankrijk, België) is nietigverklaring van het recht op het collectieve merkJ) terecht mogelijk in de eerste plaats, wanneer de rechthebbende als zoodanig niet meer bestaat en in de

*) Behalve bij de hiergenoemde redenen van te nietgaan van het recht op een collectief merk, vervalt de kracht der inschrijving van en dus het recht op deze merken bovendien in dezelfde gevallen, waarin de kracht der inschrijving van een individueel merk vervalt, zie blz. 103; slechts overgang op grond van art. 20 komt voor collectieve merken niet in aanmerking.

Wat niet-vernieuwing der inschrijving na verloop van 20 jaar betreft, zou de rechthebbende op een collectief merk wegens de belangrijke gevolgen verbonden aan het vervallen van de kracht der inschrijving door het Merkenbureau tijdig (b.v. 6 maanden te voren) van den bewusten datum in kennis moeten worden gesteld.

10

Sluiten