Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tweede plaats, wanneer de rechthebbende handelt in strijd met de desbetreffende bepalingen in statuten of reglement, waarmede gelijkgesteld wordt het geval, dat de rechthebbende misbruik gedoogt. Zoowel het Openbaar Ministerie als iedere belanghebbende (vgl. art. 8 Belgisch ontwerp en art. 27 Fransch ontwerp) zijn dan ontvankelijk in een vordering tot nietigverklaring. Voorkoming van misleiding van het publiek in verband met de garantiefunctie van het collectieve merk, vormen hierbij de motieven.

Uit deze overwegingen vloeit ook voort, dat, wanneer de inschrijving van een collectief merk nietig verklaard is, een derde niet terstond hetzelfde of een in hoofdzaak overeenstemmend onderscheidingsteeken wederom als collectief merk moet kunnen laten inschrijven, terwijl evenmin terstond ten behoeve van een derde het ontstaan van een gewoon merkrecht op dat onderscheidingsteeken mogelijk moet zijn. De termijn, gedurende welken dit verbod zou moeten gelden, zou, in overeenstemming met den termijn, die bij de regeling der individueele merken telkens is aangenomen, op 5 jaar te stellen zijn.

Sluiten