Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WETSVOORSTEL BETREFFENDE DE BESCHERMING VAN COLLECTIEVE MERKEN.

Artikel i.

1. Een ieder, hetzij natuurlijk persoon, hetzij rechtspersoon, die zich ermede belast om door middel van een merk ten aanzien van goederen te waarborgen herkomst, qualiteit, deugdelijkheid, bepaalde eigenschappen, het gebruik van bepaalde grondstoffen, een bepaalde wijze van fabricatie of anderszins, kan, ook zonder zelve een inrichting van nijverheid of handel te bezitten, dit merk als collectief merk doen inschrijven. _

2. Publiekrechtelijke lichamen worden met de in lid i bedoelde rechtspersonen gelijkgesteld.

Artikel 2.

1. Een collectief merk moet, om in aanmerking te komen voor bescherming als zoodanig, ingeschreven zijn.

2. Bij het verzoek tot inschrijving van een collectief merk moet worden overgelegd een exemplaar van statuten of reglement, waarin de inzender moet hebben vermeld:

a. zijn naam, de plaats van vestiging en het doel, in verband waarmede het collectieve merk zal worden gebruikt;

b. een nadere omschrijving van degenen, aan wie het gebruik zal worden toegestaan en van de daaraan verbonden voorwaarden;

c. op welke wijze toezicht op het gebruik wordt uitgeoefend ;

d. in welke gevallen het gebruiksrecht wordt verbeurd;

e. de rechten en verplichtingen der gebruikers bij inbreuk op het merk door derden.

3. Het Bureau voor den Industrieelen Eigendom is bevoegd inschrijving te weigeren, als bepalingen over één of meer der in het vorige lid bedoelde punten ontbreken of ten eenenmale onvoldoende of ongeschikt zijn te achten.

Sluiten